Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ziekelijk wantrouwende blikken, die schenen te vragen: „Hoe lang zult gij nog trouw blijven?"

't Was maar beter er een eind aan te maken, en de vereeniging te ontbinden, dachten ze. Een plotseling einde is niet zoo hard als een langzaam uitteeren.

Ach, die vereeniging! die leer van vrede, dat liefelijk leven in eensgezindheid en broederliefde, dat ze zoo heel liefgekregen hadden, moest dat nu vergaan?

Terwijl al die bedroefde menschen hun tocht voortzetten, kwam de heldere winterzon vroolijk en glinsterend uit de nevelen aan den hoogen, blauwen hemel te voorschijn. Uit de sneeuw steeg een frissche koelte op, die moed en blijdschap wekte. En van uit de met dennen bekleede heuvels, die de gemeente als omheinden, daalden vrede en rustbrengende stilte neer.

Eindelijk waren zij bij Ingmarshoeve, en traden binnen onder 't met sneeuw bedekte dak van het voorhuis.

In de groote kamer op Ingmarshoeve hing hoog tegen den zolder een schilderij, dat ruim honderd jaar geleden door den ouden schilder uit het dorp gemaakt was. Het stelde een stad voor, door hooge muren ingesloten, boven de muren uit zag men de gevels en daken van verscheidene huizen. Sommige waren roode boerenhuizen met groene daken van plaggen; andere hadden witte muren met leien daken, zooals de heerenhuizen, en weer andere hadden zware koperen tinnen, zooals de KristineKerk te Falun.

Buiten de stad wandelden heeren, gekleed met dunne broekjes en lage schoenen en hielden spaansche rietjes in de hand. En uit de poort kwamen dames rijden in een wagen. Zij hadden gepoederd haar en herderinnenhoedjes op. Beneden langs den muur stonden boomen met dicht, donkergroen loof, en over 't veld vloeiden fonkelende kleine beekjes door hoog, golvend gras.

Onder het schilderij stond met groote, sierlijk gekrulde letters: „Dit is Gods heilige stad, Jeruzalem."

Daar het oude schilderij heel boven by den zolder hing, gebeurde 't niet vaak, dat iemand er naar keek. De meeste menschen, die op Ingmarshoeve kwamen, wisten niet eens, dat het daar was. Maar vandaag was er een krans van groene boschbestakken om gehangen, zoodat het den bezoekers dadelijk in het oog viel. Eva Gunnarsdochter merkte het onmiddellijk op, en ze dacht: „Zie zoo, nu weten ze hier op Ingmarshoeve, dat we zullen vergaan, daarom willen zij, dat wij de hemelsche stad zullen beschouwen."

Karin en Halfvor kwamen haar tegemoet. Ze waren nog somberder en schimachtiger dan de anderen. „Ja, ja, nu weten ze, dat het einde nabij is," dacht ze.

Eva Gunnarsdochter, die de oudste was, kreeg de plaats boven-

Jeruzalem. 9

129

Sluiten