Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik hoor niets," zei ze, „maar jelui moest me toch meenemen. Je moogt me niet achterlaten om in den zwavelpoel om te komen."

„Je moet wachten, Eva," zeiden de Hellgumianen. „De roepstem kan nog komen; komt zeker vannacht of morgen.

„Jelui antwoordt mij niet," zei de oude vrouw, „jelui antwoordt niet op wat ik vraag. Jelui bent misschien niet van plan mij mee te nemen als de roepstem niet komt!"

„Die komt, die komt zeker," riepen de Hellgumianen.

„Jelui antwoordt niet!" riep de oude wanhopend.

„Lieve Eva," zeiden de Hellgumianen, „wij kunnen je niet meenemen, als God je niet roept. Maar vrees niet, de roepstem zal komen."

Toen rees de oude vrouw snel uit haar geknielde houding op, richtte haar gebrekkig lichaam overeind, en stootte haar stok hard op den grond. Ze was woedend boos, en nu zag men Eva Gunnarsdochter nog eens, zooals zij in haar jeugd geweest was, sterk, heftig en brandend.

„Nooit meer wil ik iets met jelui te maken hebben" riep ze. „Ik wil niet door jelui gered worden. Wee over jelui! Jelui wilt vrouw en kind en vader en moeder verlaten om jezelf te redden. Wee! jelui bent dwazen, die je goede hoeven verlaat. Jelui bent onwijzen, die valsche profeten naloopt. Over jelui hoofd zal vuur en zwavel neerdalen! — Jelui zult vergaan. Maar wij, die thuis blijven, wij zullen leven!"

136

Sluiten