Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Beaint scherp koud te worden, de zon is lang onder, t Paard staat te bibberen, het schudt den kop en krabt met de pooten. Ziin haar en manen worden wit van rijp.

Maar de jongelui hebben 't niet koud. Zij houden zich warm door 't huis te bouwen van den kelder tot den zolder.

En als ze 't huis afhebben, beginnen zij het te meubileeren.

, Hier tegen dien langen muur moet de sofa staan," zegt Ingmar.

"Maar we hebben immers geen sofa," zegt het meisje.

Dan bijt de jonge man zich op de lippen, 't Was zijn bedoeling niet geweest er vooreerst over te spreken, dat hij al een sofa klaar heeft staan bij den meubelmaker, maar nu heeft hu zyn geheim

Toen moest ook Gertrud iets verklappen, dat ze al vijf jaar geheim gehouden had. Ze vertelt, dat ze haakwerk en zelfgeweven band heeft gemaakt en verkocht; en voor t geld dat ze daarmee verdiende, heeft ze allerlei huisraad gekocht: potten en pannen, borden en schotels, lakens en dekens, doeken en matten.

Ingmar wordt verrukt over zulk een rijkdom, en weet met hoe hij haar genoeg zal prijzen. >..,t.-,..i Maar midden in zijn lofrede houdt hy op. Hy heeft Gertrud aangezien en wordt stil, zooals gewoonlijk door het wonderbaarlyke, dat iets zóó liefs en moois werkelijk van hem zal zyn! „Wat is er, Ingmar?" vraagt het meisje. „ . , . .„

Ik denk er over, dat 't nog 't beste van alles is, dat ik jou heb! Gertrud antwoordt niet, maar ze legt haar hand streelend op den grooten paal, die den muur zal steunen van 't huis, waar ze met Ingmar wonen zal. Ze weet, dat het er veilig en voorspoedig wezen zal, want hij die haar man zal worden, is verstandig en goed, edelmoedig en trouw. ..

Op hetzelfde oogenblik gaat een oude vrouw voorby. Ze loopt snel en spreekt heftig en luid, alsof ze boos is.

Ja ja ja'" zegt de oude. „Hun geluk zal met langer duren dan van \ ochtendkrieken tot het morgenrood. Als de beproeving komt, breekt hun geloof, alsof 't een touw is, van mos gesponnen. En hun leven wordt één lange duisternis.' ,Ze kan ons toch niet bedoelen," zegt het jonge meisje. ' Hoe zou dat ons kunnen gelden?" antwoordt de jonge man.

138

Sluiten