Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan drie zijden was de hoeve met gebouwen omringd, en middenin stond een kleine provisiekamer op palen. Niets zag er bizonder ouderwetsch uit, behalve een oud geveltje met gesneden lijsten om het dak, dat voor den ingang naar het woonhuis stond, en een nog ouder, met zware gedraaide zuilen, dat voor de brouwerij geplaatst was.

Moeder Stina dacht aan alle oude Ingmarsens, die de plaats betreden hadden. Zij zag ze terugkomen 's avonds van hun werk en naar den haard gaan: lange, wat voorovergebogen gestalten, altijd bang opdringend te zijn en beter plaats in te nemen dan hun toekwam.

Zij dacht aan alle vlijt en rechtschapenheid, die op die oude hoeve gewoond .hadden. „Die verkooping moest niet mogen doorgaan," dacht ze. „De koning had het moeten weten."

Moeder Stina voelde het pijnlijker dan wanneer het haar eigen huis gegolden had.

De verkoop was nog niet begonnen, maar veel menschen waren al gekomen. Sommigen gingen in de schuur en bekeken het vee; anderen bleven buiten op de plaats om al de gereedschappen te zien,, alle karren en bijlen en zagen en ploegen, die daar bijeengebracht waren.

Maar telkens als Moeder Stina een paar oude boerenvrouwtjes uit de schuur zag komen, dacht ze spijtig: „Zie nu eens, nu zijn Moeder Inga en Moeder Stafva binnen geweest en hebben elk haar koe uitgezocht. Wat zullen ze er later op pochen, dat ze koeien van den ouden stam op Ingmarshoeve hebben."

Ze lachte ietwat hoonend, toen ze Niels in de hut bij de ploegen zag staan om er een uit te kiezen. „Niels zal zich voelen als een heel gewichtig man," dacht ze, „als hij een ploeg heeft, die Groote Ingmar zelf gebruikt heeft."

Er kwamen al meer menschen om de te verkoopen zaken staan. De mannen verwonderden zich over allerlei gereedschappen, die zoo oud waren, dat niemand wist, waarvoor ze gebruikt waren. En sommigen onder de toeschouwers waren zoo oneerbiedig, dat ze om de oude sleden durfden lachen. Enkelen daarvan waren stokoud; prachtig waren ze geschilderd met rood en groen en het tuig, dat er bij hoorde, was versierd met bonte garen kwastjes en witte slakkenhuisjes.

Weer was 't moeder Stina, alsof ze de oude Ingmarsens zag komen aanrijden, langzaam en deftig in hun oude sleden. Ze reden naar feesten of kwamen thuis van een bruiloft met de bruid naast zich. „Er gaan veel goede lieden uit de gemeente weg," dacht zij. Want zij had een gevoel alsof al die oude nog op de hoeve waren blijven wonen, tot op den dag, dat hun werktuigen en hun rijtuigen verspreid werden naar alle winden.

149

Sluiten