Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zou wel eens willen weten waar Ingmar was, en hoe hij 't 'had," dacht zij. „Als het mij al zoo. zwaar valt, hoe moet het dan wel voor hem zijn."

Het was zulk een prachtige dag, dat de verkooper voorstelde, alles wat verkocht moest worden naar buiten te brengen, om het gedrang in de kamers te voorkomen. Meisjes en knechts kwamen aandragen met kisten en doozen, met tulpen en rozen beschilderd Vele hiervan hadden in ongestoorde rust in de kleerenkamer gestaan vele honderden jaren. Men bracht zilveren kannen naar buiten en ouderwetsche kóperen ketels, spinnewielen en wolkammen, beddespreien en allerlei wonderlijke weeftoestellen.

Om dit alles heen verzamelden zich de boerenvrouwen, namen het op en keerden 't ondersteboven. Moeder Stina was niet van plan geweest wat te koopen, maar nu herinnerde zij zich, dat er een weeftoestel wezen moest, waarop men het fijnste dril kon weven, en ze kwam naderbij om dat te zien. Maar juist toen zy dicht bij 't huis was, kwam een meisje naar buiten met een paar reusachtig groote bijbels. Ze waren zoo zwaar met hun beslag en leeren banden, dat zij ze nauwelijks beide tegelijk torschen kon.

Moeder Stina was zoo verbaasd alsof ze een klap in t gezicht gekregen had. Zij begreep wel, dat niemand nu meer in de oude bijbels las, met hun verouderde taal, maar 't was toch wonderlyk, dat Karin ze wilde verkoopen. 't Was misschien die bijbel, waarin de huismoeder zat te lezen, toen ze haar kwamen vertellen, dat haar man door een beer gedood was, dacht zij.

Moeder Stina herinnerde zich alles wat zy van de Ingmarsens had hooren vertellen. Al wat zij zag had haar iets te zeggen.

De oude zilveren gespen, die daar op de tafel lagen, waren geroofd van een heks op den Klackberg door een Ingmar Ingmarsen.

In die oude sjees was de Ingmar Ingmarsen, die in haar kindsheid leefde, naar de kerk komen rijden. En telkens als hij haar en haar moeder voorbijreed op den weg, had haar moeder de hand op haar schouder gelegd en haar gezegd: „Nu moet je groeten, Stina, want daar komt Ingmar Ingmarsen."

Zij had zich er over verwonderd, dat haar moeder nooit vergeten had haar te zeggen, dat ze voor Ingmar Ingmarsen buigen moest. De oude vrouw had het niet zoo nauw genomen met den burgemeester of den rechter.

Eindelijk had ze begrepen dat, toen haar moeder een klein meisje was en met haar moeder naar de kerk gegaan was, deze haar de hand op den schouder gelegd had en gezegd: „Nu moet je groeten, want daar komt Ingmar Ingmarsen."

„God weet het," zuchtte Moeder Stina, „dat het niet alleen is, omdat ik dacht, dat Gertrud eens dat alles besturen zou, dat ik er over treur, dat het verstrooid zal worden, 't Is me net, alsof

150

Sluiten