Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven wil, dat je je bij ons aansluit, dank ik Hem, dat Hij je weer tot het bestuur van de hoeve laat komen."

Ingmar antwoordde niet. Zijn hand lag slap in die van Karin. Toen ze die losliet, stond hij daar even bedroefd, als hij er den heelen dag gestaan had.

Alle mannen die bij de beslissing geweest waren, kwamen naar Ingmar toe, drukten hem de hand en wenschten hem geluk.

„Van harte geluk, Ingmar Ingmarsen, op Ingmarshoeve," zeiden ze. En een oogenblik gleed er een glans van geluk over Ingmars gezicht. Hij mompelde zacht: „Ingmar Ingmarsen op Ingmarshoeve," en hij zag er uit als een kind, dat een geschenk gekregen heeft, waar het lang naar verlangd heeft. Maar dadelijk daarop kwam er een uitdrukking in zijn gezicht, alsof hij met oneindigen tegenzin en walging het gewonnen geluk wilde afwijzen.

't Nieuws had zich in een oogenblik over de geheele plaats verspreid. De menschen spraken luid en met warmte en deden allerlei vragen. Velen waren zoo blij, dat ze de tranen in de oogen kregen.

Niemand hoorde verder naar het oproepen van den verkooper. Allen drongen zich om Ingmar heen om hem geluk te wenschen, boeren en heeren, bekenden en vreemden.

Toen Ingmar door al die verheugde menschen omringd stond, zag hij op en ontdekte Moeder Stina, die hem van uit de verte stond aan te kijken. Ze was heel bleek en zag er oud en arm uit. Toen Ingmars oogen de hare ontmoetten, wendde zij zich af en ging naar huis.

Ingmar maakte zich vrij van de anderen en liep haar haastig na.

Hij boog zich over haar heen en zei, met een heesche stem, die beefde van smart:

„Ga naar huis, naar Geertrud, Moeder Stina, en zeg haar dat ik haar ontrouw werd en mij verkocht heb om de hoeve te krijgen. Vraag haar nooit meer te denken aan zulk een stumper als ik ben."

158

Sluiten