Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ik haar in 't bosch moet tegenkomen," dacht Gertrud, en ze sloop zoo voorzichtig mogelijk voort, opdat de oude haar niet zou zien.

Maar Finn Marit zag op, juist toen Gertrud voorbij wilde sluipen.

„Wacht even, dan zul je eens wat zien," riep het vrouwtje. Opeens lag Finn Marit op de knieën op den weg voor Gertrud. Ze trok een kring in de dennenaalden met haar wijsvinger, en zette een platten koperen schotel midden in den kring.

„Ze wil zeker tooveren," dacht Gertrud, „dat het toch waar is, dat ze tooveren kan."

„Kijk nu in de schaal, dan zul je misschien iets zien," zei de Finsche vrouw. Gertrud zag naar beneden en schrok. Ze zag heel duidelijk Ingmars gezicht weerspiegelen op den bodem van de schaal. Op hetzelfde oogenblik gaf de oude vrouw haar een lange naald in de hand.

„Ziehier," zei ze, „neem die en steek die in zijn oogen. Doe dat, omdat hij je ontrouw geworden is."

Gertrud aarzelde even, maar ze kreeg een wonderlijk grooten lust om het te doen.

„Waarom moet hij het geld hebben en rijk en gelukkig zijn, terwijl jij zoo lijdt?" vroeg de oude.

Gertrud kreeg een onbedwingbaren lust haar te gehoorzamen. Ze liet de naald zinken.

„Pas nu op, dat je hem midden in 't oog treft," zei de oude.

Gertrud stak haastig toe, vlak in Ingmars oogen, maar toen ze de naald liet zinken, voelde zij dat die diep naar beneden ging, alsof die niet den koperen schotel, maar iets heel zachts trof en toen zij de naald terugtrok, was die bloedig.

Toen Gertrud het bloed aan de naald zag, meende zij, dat ze werkelijk in Ingmars oogen gestoken had.

Toen greep een verschrikkelijke angst over haar daad haar aan; haar schrik was zóó groot, dat ze wakker werd.

Gertrud lag hevig te schreien, haar geheele lichaam schokte. Eerst langzaam kwam ze tot de overtuiging, dat het alles maar een droom was geweest.

„God beware me! God beware mij, dat ik lust zou krijgen mij op hem te wreken," snikte zij.

Nauwelijks was zij kalm geworden en weer ingeslapen, of dezelfde droom kwam terug.

Weer liep ze langs de smalle paden naar het weilandje. Weer waren de koeien weg en ze ging het bosch in om ze te zoeken. Daarop kwam ze op den mooien weg en zag de zonnestralen spelen op het mos. Ze herinnerde zich toen wat haar vroeger in den droom was gebeurd. Ze liep daar en was bang de finsche vrouw

Jeruzalem. 11

161

Sluiten