Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindelijk rondkeek, was alles verdwenen, maar de indruk van wat zij gezien had, verdween niet. Ze vouwde de handen en hief ze in vervoering omhoog. „Ik heb Jezus gezien," riep ze met innerlijke verrukking. „Ik heb Jezus gezien. Hij heeft mijn smart weggenomen. Hem heb ik lief. Nu kan ik niemand anders in deze wereld liefhebben."

De bekommeringen des levens verdwenen in 't niet. Ze waren zoo oneindig klein. En de lange jaren van haar leven schenen maar een kort poosje. En alle aardsche geluk scheen zoo arm, zoo troebel, zoo onbeduidend.

Op 't zelfde oogenblik wist Gertrud hoe zij haar leven moest inrichten.

Opdat ze niet meer in dien vreeselijken angst zou verzinken, en opdat ze niet meer gelokt zou worden tot kwaad en tot wraak, zou ze uit deze steek weggaan. Ze zou met de Hellgumianen naar Jeruzalem trekken.

Die gedachte was bij haar wakker geworden, toen Jezus haar voorbijging. Zij geloofde, dat die van hem gekomen was. Zij had het in zijn oogen gelezen.

Op den mooien Junimorgen, dat Berger Sven Person de bruiloft van zijn dochter met Ingmar Ingmarsen vierde kwam een jonge vrouw vroeg in den morgen naar 't huis, waar het feest gevierd werd en vroeg den bruidegom te spreken. Ze was lang en slank; den hoofddoek had ze zoover vooruit getrokken, dat van haar gezicht niet meer te zien was dan een blanke wang en een paar roode lippen. Aan den arm droeg ze een mand, waarin kleine pakjes zelfgeweven band en eenige haren kettingen en armbanden lagen.

Ze gaf haar boodschap aan een oude meid, die ze op de hoeve aantrof en deze ging naar binnen en zei het aan de huismoeder. De huismoeder antwoordde snel: „Ga naar buiten en zeg haar, dat Ingmar Ingmarsen op 't punt staat van naar de kerk te rijden. Hij heeft geen tijd om haar te spreken."

Zoodra de vreemde dit antwoord gekregen had, ging zij van de hoeve weg. Niemand zag haar dien heelen voormiddag. Maar toen de bruiloftsstoet uit de kerk terugkeerde, kwam zij terug en vroeg Ingmar Ingmarsen te spreken.

Dezen keer gaf ze haar boodschap aan een kleinen jongen, die in de staldeur stond te hangen, en de jongen ging naar binnen en zei het tegen den huisvader. Maar de heer des huizes antwoordde: „Zeg haar, dat Ingmar Ingmarsen zich juist nu aan t bruiloftsmaal zet. Hij heeft geen tijd om haar te spreken."

Toen zij dit antwoord kreeg, zuchtte zij en ging heen en kwam niet terug voor laat in den avond, toen de zon bijna onder was.

165

Sluiten