Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken. Hier is het nu, Ingmar, 't is jouw eigendom.'

Getrud groef een niet al te groot pak op onder uit haar mand, en gaf het aan Ingmar, terwijl ze hem aanzag, alsof ze verwachtte, dat hij heel blij en verrast zou zijn.

Ingmar nam het geschenk aan zonder er veel over te denken wat hij eigenlijk kreeg. Hij worstelde met alle kracht tegen het bittere berouw, dat over hem kwam.

Als Gertrud eens wist hoe gevaarlijk zij voor me is, als ze zoo zacht en goed is!" dacht hij. „Ach! het was veel beter geweest, als ze was gekomen met boosheid en verwijten."

„Ik moest blij zijn," dacht hij, „maar dat ben ik niet. 't Is alsof Gertrud blij is, dat ik haar verlaten heb, en die gedachte kan ik niet verdragen." '

„Ingmar," zei Gertrud op een toon, die hem eindelijk deed begrijpen, dat ze hem iets heel gewichtigs te zeggen had, „ik dacht er aan, dat Eljas, toen hij ziek op Ingmarshoeve lag, zeker dit kussen gebruikt heeft."

En ze nam het pak uit Ingmars hand en deed het open. Ingmar hoorde 't ritselen van nieuw papier. Daarop zag hij Gertrud twintig banknoten te voorschijn halen, elk van duizend kronen. Ze hief ze op voor zijn oogen. „Zie hier, Ingmar, hier is je heele erfenis. Je begrijpt wel, dat Eljas ze in dit pak in het kussen gestopt heeft."

Ingmar hoorde, dat ze dat zei en zag de banknoten, maar t was hem als zag én hoorde hij alles in een mist. Gertrud gaf hem 't geld, maar zijn handen konden niets vasthouden, want t heele pak viel op den grond. Gertrud nam het op en stak het in een van zijn vestzakken. Ingmar voelde, dat hij wankelde, alsof hij dronken was. .

Opeens strekte hij den arm uit, balde de vuist en schudde die in de lucht, juist zooals een dronken mensch zou doen.

„O God, o God!" riep hij.

Hij wilde, dat hij met God had kunnen spreken, en Hem had kunnen vragen, waarom dit geld niet eerder terechtgekomen was; waarom 't nu kwam, nu hij 't niet meer noodig had, nu hij Gertrud verloren had.

't Volgende oogenblik viel zijn hand hard op Gertruds schouder.

„Jij weet hoe je wraak nemen moet!"

„Noem je dit wraak, Ingmar?" vroeg ze uiterst verschrikt.

„Hoe moet ik het dan noemen? Waarom kwam je niet dadelijk met dat geld?"

„Nen ik wilde wachten tot je trouwdag."

„Was je gekomen, eer ik getrouwd was, dan had ik zeker de hoeve van Sven Person kunnen koopen en ik had jou kunnen krijgen."

170

Sluiten