Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OUDE PREDIKANTSVROUW.

Nu moet nog verteld worden, hoe alle menschen de Hellgumianen trachtten over te halen om thuis te blijven, 't Was zóó, dat het ten slotte van alle velden en bergen scheen te klinken: „Ga niet op reis, ga niet op reis!"

Zelfs de heeren trachtten de boeren te bewegen van hun voornemen af te zien. De burgemeester en de commissaris van politie lieten hen niet met rust. Zij vroegen hun hoe ze wisten, dat de Amerikanen geen bedriegers waren. Ze wisten immers niet bij welke menschen ze zich gingen aansluiten.

Er waren geen wetten en bepalingen in dat land. Daar kon men nog tot op dezen dag in handen van roovers vallen. En er waren geen wegen, ze moesten hun waren op paarden vervoerden, zooals in de Finsche bosschen.

De dokter zei, dat ze 't heelemaal niet zouden kunnen verdragen. Jeruzalem was vol koorts en pokken. Ze gingen heen om te sterven.

De Hellgumianen antwoordden, dat ze dat alles wisten. En juist daarom gingen ze daarheen. Ze gingen om de pokken en de koorts te bestrijden, om wegen aan te leggen en den grond te bebouwen. Gods land zou niet langer prijs gegeven worden aan roovers, maar zij zouden 't in een paradijs veranderen.

Er> niemand was in staat hen van hun plan terug te brengen.

Dicht bij de kerk woonde een oude predikantsweduwe. Ze was zoo oud — zoo oud. Ze woonde in een klein dakkamertje in 't postgebouw, schuin over de kerk. Daar had ze gewoond, sinds ze uit de pastorie verhuizen moest.

't Was altijd gebruik geweest, dat deze en gene van de rijke boerinnen, als ze naar de kerk kwamen op Zondag, naar haar toegingen, met wat versch brood of wat boter of melk. Dan liet ze dadelijk den koffieketel opzetten, en wie maar 't hardst schreeuwen kon, sprak met haar, want ze was verschrikkelijk doof. Dan

172

Sluiten