Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trachtte men haar te vertellen wat er die week gebeurd was, maar men wist nooit hoeveel ze begreep van wat men tegen haar zei. Ze zat aldoor in haar karriertje, en soms vergaten de menschen haar bijna. Dan kwam eens iemand voorbij en zag haar oud gezicht achter de witte, schuin opgenomen gordijntjes. Dan dachten ze: „Ik mag haar niet vergeten, die daar zoo alleen zit. Als we morgen ons kalf slachten, zal ik naar haar toegaan met wat lekkers."

Er was niemand, die uit kon maken, wat ze wist of niet wist van wat er in de gemeente gebeurde. Ze werd al ouder, en eindelijk scheen ze naar niets meer te vragen wat van deze wereld was. Ze zat maar te lezen in een paar oude, stichtelijke boeken, die ze van buiten kende.

Ze had een oude meid, die haar bij 't aankleeden hielp en haar eten kookte. Ze waren allebei bang voor dieven en ratten, en staken liefst 's avonds geen licht aan uit angst voor brand.

Velen van hen, die Hellgumianen geworden waren, hadden vroeger de gewoonte met kleine geschenken naar de oude vrouw te gaan. Maar sinds ze bekeerd waren en zich van alle menschen hadden afgezonderd, gingen zij niet meer naar haar toe. Niemand wist of zij begrepen had, waarom ze niet meer kwamen.

Niemand wist ook of ze iets had gehoord van de groote verhuizing naar Jeruzalem.

Maar op een dag beval de oude predikantsvrouw haar dienstmeisje voor een paard en een wagen te zorgen, omdat ze uit rijden wilde.

Wat zal het meisje er verbaasd hebben uitgezien!

Maar toen ze tegenwerpingen trachtte te maken, was de oude dame stokdoof. Ze stak de rechterhand met den wijsvinger hoog in de lucht en zei: „Ik wil uit rijden, Sara Lena, je moet mij paard en wagen bezorgen."

Sara Lena kon niet anders doen dan gehoorzamen. Ze moest naar den predikant gaan om een behoorlijk rijtuig te krijgen. Toen had ze ongelooflijke moeite met het uitluchten van een ouden, bonten kraag en een fluweelen hoed, die twintig jaar lang in de kamfer gelegen hadden.

't Was ook een gewetenszaak de oude vrouw voorzichtig de trap af in den wagen te brengen. Zij was zoo gebrekkig, dat men een gevoel had, dat ze even licht kon uitgeblazen worden als een kaarsvlammetje in den storm.

Toen de oude dame in de wagen zat, beval ze haar naar Ingmarshoeve te rijden.

Daar waren ze niet weinig verbaasd, toen ze zagen wie daar aankwam.

Ze gingen naar buiten, tilden haar uit den wagen en ze kwam

173

Sluiten