Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE GEDEELTE.

DE HEILIGE ROTS EN HET HEILIGE GRAF.

*t Was een heete Augustusmaand in Palestina. Eiken dag ging de zon recht over de hoofden der menschen heen. Geen wolk was er te zien, en sinds April was er geen regen gevallen, 't Was wel niet erger dan dat 't ieder jaar was, maar 't was in elk geval bijna niet uit te houden. Men wist niet recht, wat men zou aanvangen om de warmte te kunnen verdragen, of waar men zou gaan om die te ontvluchten.

't Beste was 't misschien nog 5n Jaffa. Niet juist in de stad zelf, die met haar op elkaar gedrongen huizen op haar steile rots stond als een groot kasteel, en waar een ondraaglijke stank opsteeg uit de als aan elkaar gegroeide straten, en van uit de groote zeepziederijen. Maar de stad lag vlak bij de zee en van daar uit kwam altijd wat koelte. En men kon het vrij draaglijk hebben in den omtrek, omdat Jaffa omringd was door minstens vijfhonderd oranjerieën, waar de onrijpe appelsina's hingen, onder de harde donkergroene bladeren, dien den zonneschijn in 't geheel niet doorlieten.

Maar wat was het ook warm in Jaffa! De hooge ricinusplanten stonden daar met haar reusachtige bladen verschrompeld en verdroogd, en zelfs de sterke pelargonia's wilden niet langer bloeien, maar lagen te smachten in steenhoopen en greppels, bijna begraven onder groote hoopen stof. Waar men de roode bloemen van de cactusheggen zag, leek het bijna alsof de warmte, die de dikke stammen in den heeten zomer hadden ingezogen, nu uitsloeg in groote roode vlammen.

Men begreep eerst recht, hoe heet het was, als men zag hoe de kinderen, die naar het strand liepen om aan zee te komen en te kunnen baden, de voeten hoog optilden en jammerden, omdat het mooie, witte zand zoo heet was als gloeiende kolen.

Als men 't in Jaffa niet kon uithouden, waar moest men dan

187

Sluiten