Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen? 't Was daar ten minste beter dan op de wijde, breede vlakte van Saron, die binnen de stad tusschen de zee en den berg lag. Wel waren er nog menschen in kleine steden en dorpjes, die over de vlakte verspreid lagen, maar 't was onbegrijpelijk, dat ze niet vergingen van hitte en droogte. Zij waagden zich ook zelden buiten hun woningen zonder vensters, en kwamen nooit uit hun stadjes, waar de muren der huizen en een paar eenzame boomen ze nog wat voor de zon beschutten.

Buiten op de vlakte was evenmin een groen sprietje te vinden als een mensch. Al de prachtige roode anemonen en papavers van de lente, al de kleine duizendschoonen en anjelieren, die 't veld hadden bedekt met een dik rood en wit kleed, waren verwelkt. De tarwe en de rogge, die op de akkers bij de steden groeide, was al afgemaaid en ingehaald, en de maaiers met hun ossen en ezels, met hun zangen en dansen, waren naar huis gegaan, 't Eenige spoor van de heerlijkheid van de lente waren lange, verdorde, stengels, die zich op 't verzengde veld verhieven, en die eens schoone geurige leliën gedragen hadden.

Werkelijk waren er veel menschen, die beweerden, dat zij nog 't best den zomer in Jeruzalem konden verdragen. Zij zeiden, dat de stad wel overvol met menschen was, maar daar ze boven op den langen bergrug lag, die door heel Palestina loopt, kon er geen windzuchtje door 't land gaan, uit welke windstreek dat ook komen mocht, dat geen koelte aan de heilige stad bracht.

Maar hoe 't nu ook gesteld was met die geprezen windzuchtjes en de heerlijke berglucht, toch was er nog zomerhitte genoeg, zelfs in Jeruzalem. De menschen sliepen er 's nachts op het dak, en hielden zich overdag binnenshuis. Zij moesten zich met slecht riekend water tevredenstellen, dat in den winter was opgezameld in onderaardsche cisternen, en ze waren heel bang, dat het opraken zou. 't Minste windje deed dichte wolken kalkstof opwaaien, en als iemand op de witte paden buiten de stad liep, zonken zijn voeten weg in dik, mul stof.

Maar het ergste was, dat de hitte de menschen belette te slapen. Niemand sliep goed; de meesten lagen nacht aan nacht wakker. En door die slapeloosheid waren de inwoners van Jeruzalem overdag gedrukt en prikkelbaar, en 's nachts hadden ze beangstigende visioenen en werden door vrees en vertwijfeling gekweld.

Op zulk een nacht lag een Amerikaansche vrouw van middelbaren leeftijd, die reeds verscheiden jaren in Jeruzalem gewoond had, zich op haar bed om en om te gooien zonder te kunnen slapen. Zij zette haar bed buiten op de open galerij, die om het huis liep, zij legde koude compressen op haar gloeiend hoofd, maar niets hielp.

Ze woonde vijf minuten gaans buiten de Damascuspoort in

188

Sluiten