Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigszins kortaf zei: „Ook ik heb dat gezien."

De eerste stem liet zich weer hooren: „Ik herinner mij, dat op de hoogste kruin van dezen bergrug een top lag, die den naam van Moria droeg. Die zag er duister en afschrikwekkend uit, zooals hij met stijle zijden en dwars afgesneden top uit de diepe donkere dalen opsteeg, waar wilde stroomen bruisend stroomden. Ten oosten, ten zuiden en ten westen verhief zich de berg loodrecht en ontoegankelijk, alleen ten noorden was ze door een breede landstreek, als door een brug met hoogten verbonden, die zich ginds in diepe dalen verhieven."

Mrs. Gordon ging op een hoopje steenen en puin zitten. Zij leunde met het voorhoofd in de handen en luisterde.

Zoodra de eerste stem zweeg, als uitgeput door 't spreken, klonk het van den anderen kant: „Ook ik herinner mij, hoe de berg er in 't eerst uitzag."

„Op een dag gebeurde het," klonk het weer van de plaats, waar de tempel stond, „dat eenige herders, die met hun kudden door de bergstreek zwierven, dien top in 't oog kregen, die daar zoo gced beschut lag door dalen en bergen, alsof hij groote schatten en wonderbare geheimen bewaarde. Zij klauterden op den breeden top, en vonden daar een zeldzaam heilig voorwerp."

Hier werd de spreker kortweg in de rede gevallen door de stem uit de klok: „Ze vonden niet anders dan een rotsblok dat aan de oostzijde van den berg lag. 't Was een groote, ronde, wat afgeplatte steen, die door een stut in 't midden wat omhoog geheven werd op 't veld, en 't meest geleek op den kop van een reuzen paddestoel."

„Maar de herders," ging de eerste stem voort, „die alle heilige zaken van 't begin van de wereld af kenden, werden aangegrepen door een groote vreugde bij dat gezicht. „Dit is de groote, zwevende rots, waarvan de ouden zooveel te vertellen hadden," zeiden ze. „Dit is de eerste steen, dien God geschapen heeft. Van hier uit spande Hij de tent der aarde uit naar 't westen, 't oosten, 't noorden en 't zuiden; van hier uit bouwde Hij den berg op, en rolde de zee uit tot aan 't eind van den hemel."

De spreker hield een oogenblik op, alsof hij tegenspraak verwachtte, maar de stem uit de klok zweeg stil.

„Dat is toch wonderlijk," dacht Mrs. Gordon. „Dat kunnen geen menschen zijn, die daar spreken."

Maar eigenlijk vond ze 't in het geheel niet wonderlijk. De heete wind en de groenbleeke nacht maakten, dat het wonderlijke haar heel natuurlijk voorkwam.

„De herders spoedden zich haastig van den heuvel naar beneden," ging de eerste stem voort, „om aan de geheele streek te verkondigen, dat zij den grondsteen van de wereld gevonden had-

191

Sluiten