Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immers heel natuurlijk, dat ik buiten den stadsmuur moest blijven."

Maar de zingende stem ging voort, zonder zich tot zwijgen te laten brengen:

„Uw grootste eer, o rots, hebt ge bereikt onder Salomo. De berggrond om u heen werd geëffend tot een platten vloer, en met vlakke steenen belegd. En rondom dien vloer werden zuilengangen gebouwd, als om de feestzalen der vorsten. Middenin werd de tempel opgericht, met het heilige en het heilige der heiligen. En over u heen werd de tempel gebouwd, en op u, als den grondsteen der wereld, rustte de arke des verbonds, met de tafelen der wet in het heilige der heiligen."

Er werd geen tegenspraak meer uit de kerk gehoord, alleen een dof geluid, dat een klacht geleek.

„En in den tijd van Salomo werd het water uit de dalen naar de hoogvlakte om Jeruzalem geleid, want Salomo was de wijste aller vorsten. Toen schoten boornen op uit den drogen, wit-grauwen berg en, tusschen de steenen groeiden rozen. En in den herfst plukte men in de lusthoven, die den berg bedekten, vijgen en druiven, granaatappelen en olijven, tot vreugde van Salomo. Maar gij, o Golgotha, waart steeds een kale heuvel, buiten den stadsmuur. Ge waart zóó gering en onvruchtbaar, dat geen van de rijken in den tijd van Salomo u had ingelijfd bij de lusthoven, en geen arme had op u zijn wijnstok geplant."

Toen nu deze nieuwe aanval kwam, scheen de tegenstander toch moed voor een verdediging te krijgen.

„Ge vergeet toch, dat ook in dien tijd iets gebeurde, dat aan Golgotha blijvenden glans voorspelde. Want juist toen kwam de wijze koningin van Seba om Salomo te bezoeken, en de koning ontving haar in zijn paleis, dat genoemd werd: het huis van het bosch van Libanon, omdat het van hout uit het trotsche Libanon gebouwd was.

Toen Salomo de Arabische koningin dit buitengewone gebouw toonde, waarvan ze nooit de weerga had aanschouwd, werd haar aandacht getrokken door een der balken in den muur. Die was buitengewoon dik, en toen men dien nauwkeurig bekeek, zag men, dat hij uit drie te zamen gegroeide stammen bestond.

De wijze koningin beefde, toen zij zag, dat deze boom in het paleis van den koning gebruikt was, en zij haastte zich hem de geschiedenis van dien stam mede te deelen. Ze vertelde hem, dat de engel, die na de verdrijving van de eerste menschen het paradijs bewaakte, eens Seth, den zoon van Adam, in den heerlijken tuin had laten komen. Hij had er zoo ver in mogen gaan, dat hij den Boom des Levens had aanschouwd. Toen Seht weer moest heengaan, gaf hem de engel als afscheidsgeschenk drie zaden van den

195

Sluiten