Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkt, vergeten op Moria. Gij waart onder puin begraven, onder een aschhoop verborgen. Niemand dacht aan uw bestaan." Bij die vermaning kwam er antwoord van de rots.

„Wat zijn voor mij jaren van vernedering? Ben ik niet evengoed wie ik ben? Enkel een paar eeuwen gingen voorbij en op een nacht kwam een oud, eerbiedwaardig man met bontgeranden Bedouïenenmantel, en met een band van kemelshaar om 't hoofd tot mij. x.

„Die man was Mohammed, Gods profeet. Hij werd levend in den hemel opgenomen, en zijn voet rustte op mijn schedel, toen hij van de aarde weggenomen werd. Op 't zelfde oogenblik hief ik mij uit eigen kracht verscheidene voeten op, in mijn verlangen hem te volgen. Ik hief mij op uit asch en puin. Ik ben de eeuwige, die nooit verloren kan gaan."

„Gij verliet uw volk, verrader," klaagde de kerk. „Gij hielpt de ongeloovigen aan de macht."

„Ik heb geen volk, ik dien niemand, ik ben de eeuwige rots. Wie mij aanbidt, dien bescherm ik. Spoedig kwam de dag, dat Omar zijn intocht in Jeruzalem hield, en de groote kalief begon de tempelplaats te reinigen, en nam zelf een mand met puin op zijn hoofd en droeg die weg. En een paar jaar later bouwden Omars aanhangers op mij het heerlijkst gebouw, dat het oosten ooit heeft gezien."

Hier viel de klokkestem met groote heftigheid in. „Ja, dat gebouw is schoon, maar kent ge zijn oorsprong niet? Meent ge niet, dat ik die mozaïekgewelven herken, dien fraaien koepel, die marmeren wanden, waartusschen ge in onversierden eenvoud rust, zooals vroeger het heilige graf in de ronde Helenakerk? Uw heele moskee is gebouwd naar 't model van de eerste grafkerk."

Mrs. Gordon werd steeds ongeduldiger. De strijd der beide heiligdommen kwam haar droevig kleingeestig voor. Zij dachten geen oogenblik aan de ongelijke godsdiensten, die ze vertegenwoordigden. Zij dachten er enkel aan om te pochen op de gebouwen, die ze droegen.

De moskee ging voort. „Ik herinner me veel, maar ik herinner mè niet, dat ik die mooie grafkerk gezien heb, waarover ge spreekt."

„Die heeft toch werkelijk op Golgotha gestaan, maar ze werd spoedig door vijanden vernield. Ze werd weer opgebouwd en weer vernield."

„Ik herinner me daarentegen," zei de rots, „dat op Golgotha een menigte groote en kleine gebouwen stonden, die voor heilig werden aangezien. Zij waren akelig en vervallen, de regen droppelde door hun daken."

„Ja, dat is waar," antwoordde de kerk. „Toen was het uw tijd

201

Sluiten