Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BO INGMAR MANSSON.

Onder de menschen, die tot Hellgums kring in Amerika hoorden, en met hem naar Jeruzalem reisden, waren er drie uit het oude Ingmarsgeslacht. Dat waren de twee dochters van Groote Ingmar, die kort na haar vaders dood naar Chicago gereisd waren, en haar neef Bo Ingmar Mansson, een jonge man, die maar twee jaar in de Vereenigde Staten geweest was. Bo was groot, met blond haar en lichte oogen. Hij had een frissche kleur en een goedig uiterlijk. In zijn trekken was niet veel, wat aan het oude geslacht herinnerde, maar de gelijkenis kwam uit, als hij aan moeilijk werk bezig was of boos werd.

Toen Bo opgroeide en op school ging bij Storm, was hij traag en lui geweest. De schoolmeester had er zich zoo dikwijls over verbaasd, dat iemand, die tot zoo'n knappe familie hoorde, zoo moeilijk begrijpen kon. Dat soort traagheid was toch verdwenen, toen Bo in Amerika was. Daar bleek hij integendeel gevat en handig; maar hij had zoo dikwijls moeten hooren als kind, dat hij dom was, dat hij voortdurend een groot gebrek aan zelfvertrouwen had.

De gemeenteleden waren niet weinig verwonderd geweest, toen Bo naar Amerika ging. Zijn ouders waren vermogend, en hadden een groote hoeve. Zij hadden hun zoon graag thuis willen houden, 't Gerucht liep wel, dat Bo van Gertrud van den schoolmeester hield, en dat hij wegging om haar te vergeten, maar niemand wist toch precies, hoe dat zat. Bo had nooit een ander vertrouweling dan zijn moeder gehad, en zij was niet voor niet de zuster van een Groote Ingmar.

Haar kon men niet bewegen één woord meer te zeggen, dan zij van plan was.

Op den dag, dat Bo vertrok, kwam zijn moeder bij hem met een gordel, dien ze hem verzocht op zijn bloote lijf te dragen. Toen

204

Sluiten