Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar 't dal van Josafat, naar de groote Joodsche begraafplaats, 't Lange kruis sleepte hem na, stootte tegen de grafheuvels aan en rammelde door de kleine steenen, waarmede ze bestrooid waren. Telkens bleef hij staan, als hij de steenen hoorde rammelen, en keek om, blijkbaar meenende, dat iemand achter hem liep. Telkens als hij merkte, dat hij zich vergist had, zuchtte hij weer diep en ging verder.

Dat zuchten werd luid steunen, als hij beneden in het dal gekomen was, en hij het geweldig kruis den Westerheuvel op moest sleepen, waarop Jeruzalem lag. Aan die zijde liggen de graven van de Mohammedaansche bevolking, en dikwijls zag hij daar een treurende vrouw, in haar wit overkleed gehuld, op een van de kleine, op kisten gelijkende graven zitten. Hij strompelde dan haar kant uit, tot ze, verschrikt door het gedruisch, hem haar gezicht toekeerde, dat door een dichten zwarten sluier bedekt was, en den indruk maakte, dat het niet anders was dan één groot donker gat. Dan keerde hij zich af met een rilling en trok verder.

Hij klauterde met onuitsprekelijke moeite tot op den top van den heuvel, waar de stadsmuur zich verheft. Dan was hij gewoon een smal pad op te gaan, dat buiten den muur om naar den heuvel van Sion loopt, naar den zuidkant van den berg, tot hij de kleine Armenische kerk bereikte, die 't huis van Kajafas genoemd wordt.

Hier legde hij 't kruis weer op den grond, en keek door 't sleutelgat. Maar hij vergenoegde zich daar niet mee; hij greep het schelkoord en schelde. Als hij een poos later voetstappen hoorde ■ op de steenen, glimlachte hij en bracht de handen al aan de doornenkroon om ze af te zetten.

Maar zoodra de kerkdienaar, die de deur opende, den kruisdrager in 't oog kreeg, schudde hij weigerend 't hoofd.

De boeteling boog zich voorover, en keek door de half open deur naar binnen. Hij overzag den kleinen hof, waarin volgens de sage Petrus den Verlosser verloochend heeft, en overtuigde er zich van, dat die leeg was.

Zijn gezicht kreeg een uitdrukking van groote droefheid, en hij trok ongeduldig de poort dicht en ging verder. Het zware kruis rammelde over den met steenen en puin bedekten grond op Sion. Nu ging het sneller alsof ongeduldige verwachting den drager meer kracht gegeven had. Hij ging de stad in, door de poort van Sion en legde 't kruis niet weer neer, voor hij bij het zware, grijze gebouw kwam, dat als 't graf van koning David vereerd wordt, maar waarvan men vertelt, dat zich daarin de zaal bevindt, waar Jezus het heilige avondmaal instelde.

De oude man liet dan 't kruis daar liggen, en ging zelf in den hof. Als de Mohammedaansche poortwachter, die anders alle

213

Sluiten