Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fermen. Zij strekten de armen uit; men kon ze aanzien, dat ze wel hadden willen uitstappen om den oude te helpen bij 't sleepen van zijn last.

Enkele kolonisten, die al wat thuis waren in Jeruzalem, zeiden tegen de nieuw-aangekomenen:

,,'t Is een krankzinnige stumper; hij loopt hier zoo eiken dag. Hij meent, dat hij het kruis van Christus draagt, en dat hij 't voort moet sleepen, tot hij iemand gevonden heeft, die 't in zijn plaats moet dragen."

De rijdenden zagen om en keken naar den armen zwerveling. Zoolang ze hem zagen bleef hij staan, met armen opgeheven, in een houding van onbeschrijfelijke verrukking.

Maar dit was de laatste keer, dat iemand den ouden kruisdrager in Jeruzalem zag. Den volgenden dag wachtten de melaatschen, die buiten de poorten lagen, tevergeefs op zijn aankomst. Hij stoorde de treurenden op de begraafplaatsen niet meer, hij maakte het den wachter van Kajafas' huis niet lastig, de vrome vrouwen van Sion hadden geen gelegenheid hem 't brood te geven, dat hij iederen dag kwam halen. De Turksche poortwachter wachtte te vergeefs hem te zien komen en vluchten, en de goede waterdragers vroegen zich verwonderd af, waarom hij zich niet vertoonde op de straten vol menschen.

De arme stumper vertoonde zich nooit meer in de heilige stad. Men wist niet of hij dood lag in zijn grot op den Olijfberg, dan of hij naar zijn verwijdèrd huis was teruggekeerd, 't Eenige, wat men met zekerheid van hem wist, was, dat hij zijn zwaren last niet meer voortsleepte. Want den morgen na de aankomst van de Dalecarlische boeren in Jeruzalem, vonden de Gordon-kolonisten 't geweldige kruis op de hooge stoep voor den ingang van hun huis.

216

Sluiten