Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODS HEILIGE STAD, JERUZALEM.

't Is werkelijk waar, dat niet alle menschen sterk genoeg zijn om lang in Jeruzalem te leven. Ook als ze 't klimaat kunnen verdragen, en niet door ziekte besmet worden, gebeurt het, dat zij onder gaan. De heilige stad maakt ze melancholiek en waanzinnig, ja nu en dan doodt zij zelfs menschen. Men kan daar geen paar weken geweest zijn, zonder dat men de menschen hoort zeggen van een of ander, die plotseling overleden is: „Jeruzalem heeft hem gedood."

Wie zooiets hoort, is natuurlijk heel verbaasd. „Hoe kan dat?" vraagt men zich af. „Hoe kan een stad iemand dooden? De menschen weten zeker niet wat zij zeggen."

En terwijl men door Jeruzalem rondzwerft, kan men niet laten telkens te denken: „Ik zou wel eens willen weten, waar dat Jeruzalem ligt dat zóó vreeselijk is, dat het menschen doodt."

't Kan b.v. gebeuren, dat men een wandeling rondom Jeruzalem wil doen. Men gaat dan de Jaffapoort uit, slaat linksom, voorbij den machtigen vierkanten Davidstoren, en wandelt dan verder op het smalle pad, dat langs den stadsmuur naar de Sionspoort loopt. Dicht tegen den muur aan, binnen in de stad ligt een Turksche kazerne, waaruit men krijgsmuziek en wapengekletter hoort. Dan gaat men voorbij het groote, Armenische klooster, dat ook een vesting is met sterke muren, en met poorten door zware boomen afgesloten. Een eind verder ziet men een zwaar grauw gebouw, dat Davids graf genoemd wordt, en als men dat ziet, herinnert men zich, dat men op 't heilige Sion, den berg der koningen, is.

Dan kunt ge niet laten er aan te denken, dat die heele berg, waarop ge staat, één groot gewelf is, waaronder koning David in zijn gouden mantel op een troon van vuur zit, en nog heden ten dage den scepter voert over Jeruzalem en heel Palestina.

223

Sluiten