Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Amerikaansche zendelinghuizen, om verlof te vragen, Gunhild op het Amerikaansch kerkhof te mogen begraven.

Bo en Gabriël stonden buiten op de plaats, met de spade in de hand, en wachtten tot Mrs. Gordon terug zou zijn, om het graf te gaan graven.

Gertrud ging naar de waschkamer. Zij stond daar lang naar Gunhild te zien, en schreide bitter. Zij had altijd veel van haar gehouden, en terwijl ze daar stond en naar Gunhild zag, werd het haar volkomen duidelijk, dat zij noch eenig ander mensch Gunhild zooveel liefde gegeven had, als ze verdiende. Allen hadden wel begrepen, dat ze vertrouwbaar, goed en waarheidlievend was, maar zij had zichzelf en anderen 't leven moeilijk gemaakt door te nauwkeurig op kleinigheden te zijn, en dat had de menschen afgestooten. Telkens als Gertrud daaraan dacht, vond ze dat zoo vreeselijk voor Gunhild, en haar tranen kwamen opnieuw.

Maar plotseling hield Gertrud op met schreien, en ze zag Gunhild onrustig en verschrikt aan. Ze had gezien, dat Gunhild daar lag met een uitdrukking in haar gezicht, die ze had, terwijl ze leefde, als ze over iets gedacht had, wat moeilijk of ingewikkeld was. 't Was wonderlijk haar daar te zien liggen met dien diepen rimpel tusschen de wenkbrauwen, de lippen wat vooruitgestoken, alsof ze ingespannen nadacht.

Gertrud ging langzaam van de doode weg. Die vragende uitdrukking op Gunhilds gezicht had haar weer tot haar eigen bekommeringen teruggebracht. Ze vond, dat Gunhild daar ook zichzelf lag af te vragen, waarom Jezus haar naar dit land gezonden had. „Waarom moest ik hier komen, als 't alleen was om hier te sterven?" scheen ze te vragen.

Toen Gertrud weer op de plaats kwam, zag ze Bo haastig op haar afkomen. Hij vroeg of ze niet eens met Hok Gabriël Mattson wou spreken. Gertrud bleef staan en keek Bo verward aan. Zij was zóó verdiept in haar eigen gedachten, dat ze niet eens begrijpen kon wat hij zei.

„Gabriël heeft Gunhild op den weg gevonden," zei Bo als opheldering.

Gertrud hoorde hem niet. Ze stond er over te peinzen, waarom Gunhild die uitdrukking op haar gezicht zou hebben.

,,'t Was toch verschrikkelijk voor Gabriël haar dood op den weg te vinden liggen, terwijl hij daar aan geen ongeluk dacht," zei Bo en toen Gertrud hem nog niet begreep, voegde hij er bij met diep ontroerde stem: „Als er hier in de kolonie iemand was, waar ik van hield, en ik vond haar dood op 't veld liggen, dan weet ik niet wat er met mij gebeuren zou."

Gertrud keek om zich heen, alsof ze wakker werd.

Ja, zeker, o ja! dat wist ze immers nog van vroeger, dat Ga-

237

Sluiten