Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelde zij zich dubbel angstig. Ze dacht tèlkens weer aan alle ongelukken en onrechtvaardigheden, die dien eenen dag gebeurd waren, maar hoe hooger ze den berg op kwam, hoe meer zevoelde dat het wonderlijk licht in haar werd. De drukkende last werd van haar weggenomen. Ze begon te voelen, dat er een verklaring was.

Dat was ook 't eenige mogelijke," dacht ze. „Als zulke onrechtvaardigheden gebeuren konden, moest immers de wereld haar einde nabij zijn. Op geen andere manier kon men 't verklaren, dat recht onrecht werd, dat God geen macht had het kwaad te verhinderen, dat de heiligen vervolgd werden, dat de leugen niet weersproken werd." , . .

Ze bleef peinzend staan. Ja zeker was het zoo, dat de komst van den Heer nabij was, en dat ze Hem spoedig zou zien neerdalen op de wolken des hemels. En als het zoo was, kon ze begrijpen waarom ze allen naar Jeruzalem geroepen werden. Door Gods genade waren zij en haar vrienden hierheen gezonden om Jezus te ontmoeten. Zij sloeg de handen ineen van verwondering en blijdschap, als ze er aan dacht hoe oneindig groot dit alles was. . , .

Met vlugge stappen besteeg ze de berghelling, tot ze het hoogste punt bereikt had, vanwaar Jezus ten hemel gevaren was.

Op die plaats zelf kon ze niet komen; die was omheind; maar ze stond daar buiten en zag op naar den hemel, die nu licht was door den snel aanbrekenden morgen.

Misschien zal Hij al vandaag komen," dacht ze. Zy vouwde de handen.en zag op naar den morgenhemel, die bedekt was met lichte, vlokkige wolkjes.

Op 't zelfde oogenblik namen die een rooden glans aan, en een weerschijn daarvan viel op Gertruds gezicht. „Hij komt," zei ze. „Hij komt zeker."

Ze staarde naar 't morgenrood, alsof ze 't voor 't eerst zag. Het was haar of ze ver in den hemel zag. Rechts naar 't oosten zag ze een diep gewelf met een hooge, breede poort, en ze wachtte maar, dat de deuren terzij zouden wijken om Christus en al Zijn engelen door te laten.

Een poos later werd de poort in 't oosten werkelijk geopend en de zon steeg op aan den hemel.

Gertrud stond onbeweeglijk wachtend, terwijl die haar glans uitgoot over de bergvlakte ten westen van Jeruzalem waar heuvelrijen zich ophieven als golven uit een zee. Ze stond onbeweeglijk te wachten, zelfs tot de zon zoo hoog gestegen was, dat haar stralen glansden op 't kruis boven den koepel van de grafkerk. Toen viel 't Gertrud in, dat ze gehoord had, dat Christus zou komen in den zonsopgang, op de vleugelen van het morgenrood.

240

Sluiten