Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge niet ingaan in mijn Koninkrijk."

En dan begrijp ik wat Hij meent, en ik zeg tot Hem: „Heer, ook daarin ben ik als een kind geworden, dat ik niet meer liefheb als vroeger; maar zij, die ik liefheb, is me als een speelkameraad en een lieve zuster, waarmee ik naar buiten ga om bloemen te plukken in 't groen. Heer, ben ik dan niet..."

Bo hield plotseling op, want op 't zelfde oogenblik, dat hij die woorden uitsprak, voelde hij, dat hij loog. 't Was hem, alsof Christus daar werkelijk voor hem had gestaan, en in zijn ziel gelezen. En Bo vond, dat Jezus zou kunnen zien, hoe zijn liefde in hem opstond en hem aangreep als een roofdier, omdat hij haar had willen verloochenen in tegenwoordigheid van haar, die hij liefhad.

En hevig ontroerd verborg Bo 't gezicht in zijn handen, en hij bracht met moeite de woorden uit: „Neen Heer, ik ben niet als een kind, en ik kan niet ingaan in uw rijk. Misschien kunnen de anderen het, maar ik kan 't vuur in mijn ziel niet dooven en 't leven niet in mijn hart. Want ik heb lief, brandend, zooals een kind niet liefhebben kan. Maar als het Uw wil is, Heer, dan zal dit vuur mij verteren tot het eind van mijn leven, zonder dat ik zal trachten te bereiken, wat ik verlang."

Bo bleef lang zitten schreien, door zijn liefde overweldigd. Toen hij opzag was Gertrud weg. Zij was zóó stil heengegaan, dat hij 't niet gehoord had.

Jeruzalem. 17

257

Sluiten