Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ijzeren hek wilden zetten in plaats van den muur. Hij dacht er aan, dat het zeker minder vochtig en koud daar worden zou nu de muur weg was. Maar toch greep hem zulk een heftige onrust aan, dat hij opeens hard begon te loopen.

„Als ze maar niets aan het graf gedaan hebben," dacht hij. „Ze ligt immers vlak bij den muur. Als ze haar maar niets gedaan hebben."

Hij was buiten adem, toen hij over de puinhoopen van den muur klom en op den begraafplaats kwam. Eindelijk was hij zoo ver gekomen, dat hij kon zien, hoe 't er daar uitzag. Op 't zelfde oogenblik voelde hij, dat er iets niet in orde was rrjt zijn hart.

't Bleef plotseling stilstaan, dan sloeg 't een paar sterke slagen en stond dan weer stil. 't Was als een uurwerk, dat stuk gegaan was.

Halfvor ging op een steen zitten, terwijl zijn hart bonsde als een hamer. Langzamerhand begon het weer gewoon te werken, hoewel zwaar en met moeite.

„Ach, ik blijf wel leven," zei hij zacht. „Ik blijf wel leven."

Hij vatte weer moed en ging weer naar de begraafplaats. Alle graven stonden open en de kisten, die er in gestaan hadden, waren weg. Op 't veld lagen een paar schedels en beenderen, die uit enkele vermolmde kisten gevallen waren; alle graf steenen waren bijeengelegd in een hoek van 't kerkhof.

„Ach God! wat hebben zij met de dooden gedaan!" riep Halfvor uit.

Hij ging naar de arbeiders: „Wat heb jelui met kleine Greta gedaan?" vroeg hij in 't Zweedsch. Hij was niet helder, hij wist niet precies wat hij zei. Toen merkte hij opeens, dat hij zijn moedertaal sprak, streek zich over 't voorhoofd, en werd verlegen.

Hij probeerde er aan te denken, wie hij was. Hij was immers geen kind, dat gauw bang te maken was, maar een oud, verstandig man. Hij was een groote boer; de geheele gemeente had thuis eens tot hem opgezien. Dat paste toch niet voor zoo'n man, zijn zelfbeheersching te verliezen.

Halfvor nam een stijve, strakke houding aan, en vroeg den arbeiders in 't Engelsen, of ze wisten waarom 't kerkhof opgeruimd werd.

't Waren inboorlingen, die 't werk uitvoerden, maar een van hen kon wat Engelsch spreken.

Hij vertelde Halfvor, dat de Amerikanen de begraafplaats aan Duitschers hadden verkocht, en dat die van plan waren daar een ziekenhuis te bouwen. Daarom moesten de lijken worden opgeruimd.

Halfvor bleef een oogenblik over dat antwoord staan denken. Zoo zoo, er zou een ziekenhuis komen, juist hier. Had men daar

260

Sluiten