Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gabriël sprak vlug en vloeiend, zooals zijn vader Hök Matts, als die den geest over zich voelde komen, en begon te preeken Hy had anders geen gave tot prediken, maar nu terwijl de koorts in zyn lichaam woelde, kwamen de woorden licht en gemakke-

^Val^eTmSanen hebben me gezegd» ging Gabriël voort, dat in den tijd van koning Hiskia deze hoogvlakte met ontelbare boomen in struiken begroeid was. Koren groeide er niet op dit steenige veld, maar een menigte tuinen lagen hier, vol granaat en abrikozeboomen, met saffraan en kalmus en kaneel met nardusplanten en allerlei geurige boomen en allerlei kosteSke vruchten. Al die boomen werden rijkelijk besproeid; van de s roomen en beken vloeide 't water en elke lusthoeve, en^elke eigenaar van een tuin had recht, op een bepaalden tijd van den dag, zijn grond onder water te zetten.

Maar op een morgen trok Hiskia uit met zyn heerscharen, een morgen, dat alle boomen in hun heerlijksten tooi stonden. Terwyl hij heenging, strooiden amandel- en abrikozeboomen hun bloesemWade'n over hem uit. De lucht was zwoel van balsemgeuren toen Hiskia uittrok. En aan 't eind van den berg, toen Hiskia weer thuis kwam met zijn leger, stonden de boomen daar nog, en begroetten hem met hun heerlijke geuren.

Maar koning Hiskia was dien dag uit geweest om alle bronnen en stroomen van Jeruzalem, die door 't land vloerden te dempen En den volgenden dag zag men geen water meer m de kleine gootjes, die naar de wortels der boomen hepen.

En eenige weken later, toen de boomen vrucht moesten zetten, waren ze machteloos, en zetten maar heel weinig vruchten en Toen de bladen uit de knoppen te voorschyn kwamen, waren ze klein en verschrompeld.

Maar na dien tijd kwamen booze jaren over■Jeruzalem, jmet oorlog en groote ongelukken. Niemand had tyd de bronnen te openen en den grooten stroom in zijn bedding terug^te leiden En zoo stierven de vruchtboomen uit op de hoogvlakten om de stad; enkele in de eerste zomerdroogte, andere in de tweede en weer andere in de derde. En om Jeruzalem ^werd het land woest, en is dat gebleven tot op den huidigen dag."

Gabriël nam een steen van den grond en begon in de aarde te boren. „Maar nu is dit de zaak," ging by voort. „Toen de Joden weer uit Babyion kwamen, wisten zij de plaats niet weer te vinden waar de stroom gedempt was, ook niet waar de afgeleide bronnen lagen. En geen mensch heeft ze tot nu toe gevonden.

Maar wij, die hier naar water zitten te zuchten, ging hy voort, „waarom gaan wij niet heen om de bronnen van koning Hiskia te zoeken. Waarom gaan wij niet uit om den grooten stroom en de

268

Sluiten