Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dat duurde maar een oogenblik. Karin richtte zich spoedig op, en haar gezicht hernam weer de gewone uitdrukking van taaie volharding.

„Ik zou één ding willen vragen," zei Karin in 't Engelsch en zóó luid, dat allen 't konden hooren. „Gods stem riep ons hier naar Jeruzalem. Heeft nu iemand Gods stem gehoord, die ons beveelt weer van hier te trekken?"

't Werd heel stil in de kamer na Karins vraag. Niemand durfde haar antwoorden.

Maar Karin had koorts, zooals de anderen, en ze had nauwelijks uitgesproken, vóór men haar zag wankelen en bijna vallen. Mrs. Gordon sloeg den arm om haar middel, en bracht haar de zaal uit.

Toen Karin voorbij haar landgenooten kwam, knikten een paar van hen haar toe. „Dank je wel, Karin," zeiden ze.

Zoodra Karin weg was, begonnen de Amerikanen weer over de thuisreis te praten, alsof er niets gebeurd was. De Dalecarliërs spraken geen woord, maar langzamerhand begon de een na den ander heen te gaan.

„Waarom gaan jelui weg?" vroeg een van de Amerikanen. „De vergadering begint dadelijk, zoodra Mrs. Gordon terugkomt."

„Zie je dan niet, dat alles al beslist is?" zei Ljung Björn. „Voor ons hoeven jelui geen vergadering te houden. Wij waren op weg het te vergeten, maar nu herinneren we ons weer, dat niemand dan God bepalen kan, of'wij naar huis moeten gaan."

En de Amerikanen zagen met verwondering, dat Ljung Björn en al zijn landgenooten 't hoofd hooger hieven, en er minder moedeloos en ellendig uitzagen, dan toen zij op de vergadering kwamen. Hun kracht en hun volharding kwamen terug, toen ze hun weg duidelijk vóór zich zagen, en er niet aan dachten, dat zij 't gevaar konden ontvluchten.

Gertrud lag ziek in het kamertje, waar ze met Gunhild gewoond had. Daar was alles gezellig en netjes. Bo en Gabriël hadden alle meubels gemaakt. Ze waren beter gemaakt en meer versierd dan die van een der andere kamers. De witte venster- en bedgordijnen had Gertrud zelf geweven en met borduurwerk en kant versierd.

Na Gunhilds dood was Betsy Nelson, een van de Zweedsch-Amerikaansche meisjes, in 't kamertje komen wonen. Zij was een goede vriendin voor Gertrud geworden, en nu deze ziek lag, paste zij haar met groote liefde op.

't Was op den avond van denzelfden dag, dat op de groote vergadering besloten was, dat de boeren uit Dalecarlië in Jeruzalem

272

Sluiten