Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden blijven. Gertrud had hooge koorts en lag onophoudelijk te praten. Betsy zat bij 't bed, en zei nu en dan een paar woorden om haar wat te kalmeeren.

Opeens zag Betsy de deur zacht opengaan en Bo binnenkomen. Hij hield zich zoo kalm mogelijk, kwam de kamer niet binnen, maar drukte zich tegen den muur aan en bleef daar staan. Gertrud' scheen het nauwelijks te merken, dat hij gekomen was, maar Betsy wendde zich heftig naar hem om, om hem uit de ziekenkamer te verdrijven.

Maar toen ze Bo aanzag, werd ze angstig, en kreeg diep medelijden niet hem. „Och God! Hij denkt zeker, dat Gertrud sterven moet," dacht ze. „Ik begrijp wel, dat hij denkt, dat er nu geen redding voor haar is, nu de boeren besloten hebben in Jeruzalem te blijven."

Ze begreep opeens hoeveel Bo van Gertrud hield, en ze zei tot zichzelf: ,,'t Is 't best, dat de stakker maar hier blijft. Ik heb het hart niet hem te weigeren haar zoo. lang mogelijk te zien."

Bo mocht dus binnen de deur blijven staan, en hoorde nu elk woord, dat Gertrud zei. Ze had niet zóó hooge koorts, dat ze ijlde, maar ze praatte aldoor over bronnen en stroomen, zooals alle andere zieken. Onophoudelijk klaagde ze ook over den vreeselijken brandenden dorst die haar kwelde.

Betsy schonk wat water in een glas en bood het de zieke aan. „Drink dit water, Gertrud," zei ze. „Dat is niet gevaarlijk."

Gertrud hief haar hoofd wat op, nam het glas en bracht het aan de lippen. Maar nog voor ze het geproefd had, trok ze 't hoofd terug. „Kun je niet ruiken hoe vreeselijk dat stinkt," klaagde ze. „Je wilt me zeker doodziek maken."

„Er is geen smaak of lucht aan dit water," antwoordde Betsy zachtmoedig, ,,'t Wordt op een bizondere manier gereinigd, opdat de zieken 't zonder gevaar zullen kunnen drinken."

Ze wilde haar overhalen het te drinken, maar Gertrud stootte het glas zoo heftig weg, dat het water op het dek spatte.

„Me dunkt je kunt wel zien, dat ik ziek genoeg ben, zonder dat je me hoeft te vergiftigen," zei ze.

„Je zou beter worden, als je 't water maar durfde proeven," hield Betsy aan.

Gertrud antwoordde niet, maar na een poosje begon ze te snikken en te schreien.

„Maar lieveling! waarom schrei je?" vroeg Betsy. ,,'t Is zoo verschrikkelijk, dat niemand me drinkbaar water kan bezorgen," zei Gertrud, „dat ik hier van dorst moet sterven, zonder dat iemand medelijden met me heeft."

„Ach, je weet wel, dat we je zouden helpen, als we konden," zei Betsy en streelde haar hand.

Jeruzalem. IS

273

Sluiten