Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij ging dan ook gauw een paar andere waterdragers halen, en zij lieten hem neer in den donkeren put."

Hier hief Gertrud zich op den elleboog op, en zag Betsy aan met oogen, die schitterden door de koorts.

„Hij gleed heel ver naar beneden, begrijp je! en hoe dieper hij kwam, hoe verbaasder hij was, want een zacht licht scheen hem tegen van den bodem van den put. En toen hij eindelijk vasten grond onder de voeten voelde, was het water weggeloopen, en in plaats daarvan vond hij daar beneden een heerlijken tuin. Zon en maan schenen daar, maar een zwakke nevel zweefde er rond, zoodat hij naar ze opzien kon. 't Merkwaardigste' was, dat het scheen, of alles daar beneden sliep. Alle bloemen stonden met gesloten kelken, de bladen hingen op elkaar aan de boomen, en 't gras lag plat op 't veld. De heerlijkste boomen stonden tegen elkaar geleund te slapen, en de vogels zaten onbeweeglijk in de kronen. En niets was daar rood of groen, maar alles grauw als asch, maar toch, begrijp je, was alles er heel mooi."

Gertrud vertelde zoo uitvoerig, alsof er voor haar veel aan gelegen was, dat Betsy haar zou gelooven.

„Hoe ging het verder met dien man?" vroeg Betsy.

„Ja, hij stond daar even over te denken, waar hij gekomen was; maar toen werd hij bang, dat de mannen, die hem neergelaten hadden, hun geduld zouden verliezen, als hij er te lang bleef.

Maar eer hij zich weer naar de aarde liet ophalén, ging hij naar den grootsten en mooisten boom, die er in den lusthof was, brak er een tak af, en nam dien mee."

„Ik vind niet, dat hij zoo gauw uit dien tuin had moeten weggaan," zei Betsy lachend, maar Gertrud liet zich niet van haar stuk brengen.

„Toen hij weer boven bij zijn kameraden kwam," ging ze voort, „vertelde hij hun wat hij gezien had en liet hun den tak zien. En, zie je, op 't zelfde oogenblik, dat die in 't licht en in de lucht kwam, begon hij te leven. De bladen kwamen uit, zij verloren hun grijze kleur en werden licht, helder groen. En toen de waterdrager en zijn vrienden dat zagen, begrepen zij, dat hij in den lusthof van 't Paradijs geweest was, die onder Jeruzalem ligt te slapen, tot hij met vernieuwden glans en gloed naar de aarde zal opstijgen op den dag des oordeels."

Gertrud haalde zwaar adem, en zonk weer neer op 't kussen.

„Lieveling, je wordt te moe van al dat praten," zei Betsy.

„Laat me maar praten, dan begrijp je waarom er goed water in dien put is," zuchte Gertrud, „en nu is er ook niet veel meer te vertellen. Je begrijpt wel, dat niemand geloofd zou hebben, dat de man in 't Paradijs geweest was, als hij dien tak niet meegenomen had, maar die leek op geen enkele boomsoort, die de

275

Sluiten