Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paar anderen was 't alsof een roode wolk over hun gezicht gleed, terwijl zij trachtten hun gedachten bijeen te houden en mee te zingen. Maar de mannen begonnen luider te zingen, met sterker stem dan vroeger, zonder aan den rechten toon te denken.

Eindelijk toen de deur open gekomen was tot zoowat een voet breed, vertoonde zich een lange, leelijke man, die zich door de nauwe opening trachtte te dringen. Hij kwam binnen in een zeer ootmoedige houding, en in zijn vrees om de godsdienstoefening te storen, waagde hij niet 't lokaal in te gaan, maar bleef vlak voor den drempel staan, met gebogen hoofd en gevouwen handen.

Hij droeg fijne, zwart lakensche kleeren, die wijd en met groote plooien om hem heen hingen. Zijn handen, die onder de gekreukelde manchetten uitkwamen, waren groot, eeltig, en met hooge aderen onder 't vel. Hij had een groot gezicht vol sproeten, met heelemaal witte wenkbrauwen, een sterk vooruitstekende onderlip en een strakken trek om den mond.

Op 't zelfde oogenblik, dat de nieuw aangekomene de deur inkwam, stond Ljung Björn van zijn plaats op en zong staande voort. En 't volgende oogenblik stonden alle Dalecarliërs, oud en jong, op en bleven staan onder 't zingen, precies als Ljung Björn. Zij hielden 't gezicht over hun boek gebogen, en geen glimlach verhelderde hun gezichten. Slechts nu en dan gleed een blik ter sluiks naar den nieuw aangekomene bij de deur.

Maar opeens werd het gezang sterker, als een vuur, dat opflakkert door een windvlaag. De vier Ingmarsdochters, die allen mooie stemmen hadden, gaven den toon aan, en er klonk gloedvol gejubel door 't lied, zooals nooit te voren.

En de Amerikanen zagen de boeren uit Dalecarlië verwonderd aan, want misschien zonder dat ze 't zelf wisten, waren ze allen begonnen in 't Zweedsch te zingen.

286

Sluiten