Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE GEDEELTE.

BARBRO SVENSDOCHTER.

Den dag nadat Ingmar in Jeruzalem aangekomen was, zat Karin Ingmarsdochter als gewoonlijk alleen in haar kamer. Den heelen vorigen avond was ze, in haar vreugd Ingmar weer te zien, in het vereenigingslokaal gebleven, en had aan 't gesprek deelgenomen. Maar nu was ze weer versteend. Ze zat stijf en strak in Halfvors leuningstoel, en staarde voor zich uit, zonder iets te doen.

De deur ging open en Ingmar kwam binnen. Karin merkte het niet, voor hij vlak bij haar stond. Ze werd er verlegen door, dat haar broeder haar zoo volslagen werkeloos had zien zitten. Een blos steeg haar naar de wangen, en ze greep gauw naar een breikous.

Ingmar ging zitten op een stoel,- en zat daar zwijgend, zonder Karin aan te zien. En nu kwam het haar in den zin, dat zij er gisteren met hem alleen over gesproken hadden, hoe zij het in Palestina hadden, en dat niemand nog iets wist van hem — Ingmar, en waarom hij gekomen was. „Daar wil hij nu zeker met mij over praten," dacht Karin.

Ingmar bewoog een paar maal de lippen, als om een gesprek te beginnen, maar er kwam geen geluid. Karin zat hem intusschen aan te kijken, ,,'t Is verschrikkelijk zoo oud als hij geworden is," dacht ze. „Vader, die toch zoo oud was, had niet veel dieper rimpels in 't voorhoofd. Ingmar is ziek geweest, óf hij heeft iets heel moeielijks doorgemaakt, sinds ik hem 't laatst gezien heb."

Karin dacht er over, wat dat toch wel wezen zou, wat hem overkomen was. Ze had er een duistere herinnering aan, dat een van haar zusters eens iets uit een brief had voorgelezen, wat op Ingmar betrekking had, maar ze was zóó verdiept geweest in haar eigen verdriet, dat alles wat om haar heen gebeurde, haar voorbijgegaan was, als iets wat haar niet aanging.

Karin probeerde nu op haar voorzichtige manier Ingmar aan 't praten te krijgen over zichzelf, en hoe hij 't gehad had, en waarom hij naar Jeruzalem gekomen was.

287

Sluiten