Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vragen waarom hij gekomen was. Nooit was zoo iets als hij deed, op Ingmarshoeve vertoond. Ingmar zelf kwam haar te hulp.

„Barbro en ik gaan scheiden," zei hij met een harde stem.

Karin sprong op. Ineens was ze weer, zooals ze als huisvrouw op Ingmarshoeve geweest was. Ze voelde niets dan haar oude gevoelens en gedachten.

„God beware je, wat zeg je?" barstte ze uit. „Nooit is dat nog in onze familie gebeurd, dat iemand scheiden ging."

,,'t Is al bepaald," zei Ingmar, „we werden in den herfst van tafel en bed gescheiden. Als dit jaar voorbij is, vragen we geheele scheiding aan."

„Wat heb je dan tegen haar?" vroeg Karin, „je zult nooit iemand krijgen, die zoo vermogend en in aanzien is."

„Ik heb niets tegen haar," zei Ingmar ontwijkend.

„Heeft zij dan scheiding aangevraagd?"

„Ja," zei Ingmar, „dat heeft zij gedaan."

„Als je tegenover haar geweest was, zooals 't moest, zou ze geen scheiding hebben aangevraagd," zei Karin heftig.

Karin greep zich vast om de leuning van den armstoel. Ze was hevig ontroerd. Dat was 't duidelijkst hieraan te merken, dat ze over Halfvor ging spreken, ,,'t Is goed, dat Vader en Halfvor dood zijn, zoodat ze dit niet meer behoeven te beleven," zei ze.

„Ja, 't is voor allen 't beste dood te zijn," zei Ingmar.

„En nu ben je hier om Gertrud," barstte Karin uit.

Ingmar antwoordde niet, maar boog het hoofd.

„Schaam je je niet?" vroeg zijn zuster.

„Ik schaamde me meer den dag van de verkooping op Ingmarshoeve."

„Wat meen je wel, dat de menschen zullen zeggen, dat je wegreist en een ander vraagt, eer je nog wettig van je eerste vrouw gescheiden bent?"

„Er was geen tijd te verliezen," zei Ingmar zachtmoedig. „Ik moest wel hierheen komen om met Gertrud te spreken. We kregen bericht, dat ze op weg was gek te worden."

„Daar hadt je je niet ongerust over hoeven te maken," zei Karin heftig. „Hier zijn wel menschen, die beter op Gertrud passen, dan jij kunt."

't Bleef een poos stil in de kamer. Toen stond Ingmar op. „Ik had een ander eind aan dit gesprek verwacht," zei hij en bewoog zich nu zóó waardig, dat Karin onwillekeurig denzelfden eerbied voor hem voelde, als voor haar vader.

„Ik heb heel verkeerd gedaan tegenover Gertrud en de Storms, die als vader en moeder voor me geweest zijn. Nu hoopte ik, dat je me helpen zoudt dat weer goed te maken."

290

Sluiten