Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je zult 't nog erger maken, door je wettige vrouw te verlaten," zei Karin heftig. Ze trachtte haar boosheid in 't leven te houden door booze woorden, want ze begon bang te worden, dat Ingmar haar zou overhalen de zaak van uit zijn standpunt te bezien.

Ingmar antwoordde niet op dit zeggen. Hij zei alleen: „Ik meende, dat je 't goed zoudt vinden, dat ik Gods wegen probeerde te gaan."

„Wil je dan, dat ik vinden zal, dat je Gods wegen gaat, als je je huis en je vrouw verlaat om je liefste na te loopen?"

Ingmar ging zacht naar de deur. Hij zag er moe en gepijnigd uit, maar toonde geen heftigheid. Hij leek niet veel op iemand, die door een groote onstuimige liefde gedreven wordt.

„Als Halfvor leefde, weet ik, dat hij je raden zou naar huis te gaan en je met je vrouw te verzoenen," zei Karin.

„Ik handel al lang niet meer volgens den raad van menschen," zei Ingmar.

Nu stond ook Karin op. Het verbitterde haar opnieuw, dat Ingmar er op zinspeelde, dat hij naar Gods gebod handelde.

„Ik geloof niet, dat Gertrud nog zoo over je denkt als vroeger," voer ze uit.

„Ik weet wel, dat niemand hier in de kolonie aan een huwelijk denkt," zei Ingmar, „maar ik wilde 't in elk geval probeeren."

„Ja," viel Karin hem in de rede, „je hoeft er je niet aan te storen wat wij, die tot de kolonie hooren, elkaar beloofd hebben; maar misschien hecht je er meer gewicht aan, als ik je zeg, dat Gertrud waarschijnlijk haar hart op een ander gezet heeft."

Ingmar was dicht bij de deur. Toen hij dat hoorde, bleef hij staan en voelde voor zich uit, alsof hij 't slot niet zien kon. Hij keerde zijn gezicht niet naar Karin.

't Duurde een poos eer Karin haar woorden terugnam.

„God beware me, dat ik zeggen zou, dat een van ons iemand met zinnelijke liefde liefhad," zei ze, „maar ik geloof, dat Gertrud den geringsten broeder hier in de kolonie meer liefheeft dan jou, die er buiten staat."

Ingmar haalde diep adem, deed haastig de deur open en ging heen.

Karin Ingmarsdochter zat een oogenblik in droevig peinzen verzonken. Toen stond ze op, streek haar haren glad, knoopte den hoofddoek om en ging naar Mrs. Gordon.

Karin zei haar openhartig waarom Ingmar gekomen was. Zij raadde Mrs. Gordon aan Ingmar niet in de kolonie te laten blijven, als ze niet een van de zusters wilde verliezen. Maar nu gebeurde het dat, terwijl Karin sprak, Mrs. Gordon aan 't venster zat en naar beneden op de plaats keek, waar Ingmar tegen den muur stond te hangen, en er hulpeloozer en besluiteloozer uitzag

291

Sluiten