Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de gemeente wel was. De een na den ander kwam naast hem zitten en vroeg naar zijn naaste bloedverwanten. Bijna allen vroegen naar de oude Eva Gunnarsdochter.

„Ze is kras en gezond," zei Ingmar. „En nooit komt ze een mensch tegen, of ze sprak kwaad van de Hellgumianen."

Ingmar merkte een jongen man op, die zich den heelen avond in zijn nabijheid ophield, zonder tegen hem te spreken. „Ik zou wel eens willen weten, wie dat is, die zoo op me lijkt," dacht Ingmar, „en waarom hij er zoo boos uitziet, alsof hij lust had me de kamer uit te zetten." Eindelijk kwam hij op de gedachte, dat het zijn neef Bo moest zijn, die jarenlang in Amerika gewoond had.

Ingmar ging naar Bo toe en bracht hem de groeten van zijn ouders. Bo deed een paar vragen naar zijn ouderlijk huis; later vroeg hij hoe het bij den schoolmeester was. Nu werd het stil om Ingmar heen. Niemand had nog met hem over de Storms durven spreken. Ingmar zag hoe een paar Bo aanstootten, om hem te beduiden, dat hij over wat anders moest spreken.

Ingmar antwoordde zachtmoedig, dat de schoolmeester het goed had en dat hij 't volgend jaar zijn school zou sluiten, en hij voegde erbij: ,,'t Is prettig te hooren, dat je nog aan Storm denkt, niettegenstaande hij niet zacht voor je was op school." Allen begonnen te lachen, want ze dachten er aan hoe dikwijls Storm over Bo's domheid gejammerd had. Bo draaide zich om op zijn hiel en ging heen zonder meer te vragen.

De oude korporaal Fait had als gewoonlijk verscheidene kinderen om zich heen, en vertelde hun verhaaltjes.

Ingmar had Fait niet meer ontmoet, sinds hij zooveel van kinderen was gaan houden. Hij was verbaasd en kwam dichterbij om te hooren, waar Fait over sprak. Hij hoorde, hoe de oude man zat te vertellen, hoe hij eens in zijn jeugd op de kerkdeur had geklopt, op een Donderdagnacht om de dooden op te roepen.

Marta Ingmarsdochter zag de kinderen aan, die om Fait heen zaten, en zag hoe ze bleek van schrik waren.

„Fait je moet niet over zulke spookhistories praten," zei ze streng. „Je moet over iets praten wat nuttig en leerzaam is."

De oude man zat een poosje na te denken en zei toen: „Ik zal ze vertellen wat mijn moeder me zei om me te leeren de dieren menschelijk te behandelen."

„Ja, doe dat," zei Marta Ingmarsdochter, en ging heen, maar Ingmar bleef staan luisteren.

„Thuis in Dalecarlië," zei Fait, „is een heuvel, die de Treurheuvel heet, en die heeft dien naam gekregen, omdat daar eens een akelige, slechte man woonde."

Fait had dit nauwelijks gezegd of Ingmar schrikte op. Hij kwam

293

Sluiten