Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zat te kwellen, kwam de gedachte in hem op, dat alles eigenlijk de schuld van zijn vrouw was. „Als zij niet met mij had willen trouwen," dacht hij, „was ik nu nog een onbesproken man. Ik zou niet in verzoeking gebracht zijn, en ik zou nu niet bang zijn een eerlijk mensch in de oogen te zien."

Nooit te voren was het dien man ingevallen, dat hij zijn vrouw zou kunnen haten, maar op dat oogenblik dacht hij, dat hij 't deed. Intusschen kreeg hij al gauw wat anders om over te denken.

Een paar mannen waren in de groote zaal gekomen, die naast de kamer lag, waar hij met zijn vrouw zat. Zij hadden zeker den man gezien, die met zijn vrouw was komen aanrijden, en begonnen nu over hen te praten. En de wanden in die hoeve waren zóó dun, dat zij, die binnen zaten, elk woord konden hooren.

„Ik zou wel eens willen weten hoe die twee 't samen hadden," zei een van de mannen.

„Ik dacht niet, dat Barbro Svensdochter ooit trouwen zou," viel een ander in.

„Ik weet nog hoe verliefd ze was op Stig Börjesen, die zomerknecht was op Bergershoéve drie, vier jaar geleden."

Toen de vrouw hoorde, dat de mannen over haar spraken, zei ze haastig: ,,'t Is dunkt me, nu tijd om heen te gaan." —

Maar de man vond, dat het hinderlijk was, dat die vreemden weten zouden, dat zij daar binnen gezeten en dat gehoord hadden, hij wilde liever blijven zitten, tot ze weg waren.

Maar nu bleven ze over zijn vrouw doorpraten.

„Die Stig Börjesen was een arme duivel, en Birger Sven Person joeg hem de hoeve af, zoodra hij merkte, dat zijn dochter van den man hield," zei een, die de geschiedenis goed scheen te kennen. „Maar toen werd Barbro zoo ziek van verdriet, dat de oude man toegeven moest, en met Stig naar den dominee gaan, om het paar onder de geboden te zetten, 't Wonderlijkste was toch, dat toen hun namen voor 't eerst in de kerk waren afgelezen, Stig zich bedacht, en zei, dat hij geen lust had te trouwen. Nu moest Sven Person, ter , wille van zijn dochter, Stig bidden en smeeken haar niet te verlaten. Maar Stig had geen medelijden en zei, dat hij zoo'n hekel aan Barbro had, dat hij haar niet meer voor zijn oogen wou zien. En hij strooide rond, dat hij nooit van haar gehouden had, maar dat zij hem had nageloopen."

Toen de mannen zoo praatten, kon dominee wel begrijpen, dat de man heel verlegen werd, hij durfde zijn vrouw niet aan te zien. Maar opeens voelde hij, dat ze — nu ze dit alles gehoord hadden — heelemaal niet door de zaal konden gaan.

„Dat was toch heel leelijk van Stig," zei een ander.

„Maar hij heeft ook mooi spijt gehad."

„Dat heeft hij," zei een man, die nog niet gesproken had. „Hij

299

Sluiten