Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouwde met de eerste de beste, die hem hebben wou. Dat was zeker maar om allen menschen te toonen, dat hij niet aan Barbro dacht. Hij kreeg een slechte vrouw; 't gaf niets dan armoede en ellende, en nu is hij aan den drank. Hij zou al lang met zijn familie in 't armhuis zitten, als Barbro hem niet hielp, 't Is zeker, dat ze hem en zijn vrouw eten en kleeren geeft."

Toen ze dat gezegd hadden, spraken ze niet verder over Barbro, en een poosje later gingen ze heen. De man ging toen inspannen, en toen zijn vrouw buiten kwam om in te stappen, nam hij haar op en zette haar voorzichtig in den wagen. Zij meende zeker, dat hij 't alleen deed, opdat ze haar kleeren niet aan 't wiel vuil zou maken, maar eigenlijk wilde hij haar toonen, dat hij medelijden met haar had. Hij gaf niet zooveel om haar, dat het hem hinderde wat hij gehoord had. Hij had alleen medelijden met haar. En onder 't rijden wendde hij soms het hoofd om, en keek haar aan. Zoo, was ze zoo liefderijk, dat ze hem, die baar verlaten had, helpen en bijstaan kon? En hoe wonderlijk, dat ook zij verlaten was, net als Gertrud ...

Toen ze een eind gereden hadden, zag de man, dat zijn vrouw zat te schreien. „Daar moet je niet om schreien," zei hij. ,,'t Is heel natuurlijk, dat je van iemand houdt, net als ik."

En van dat oogenblik af hinderde 't hem, dat hij haar geen vriendelijk woord had kunnen zeggen.

En nu zoudt u wel meenen, dat van dien tijd af de man zich nu en dan afvroeg of zijn vrouw nog altijd van Stig hield. Maar zoo iets kwam niet in hem op. Hij dacht niet genoeg aan haar, om zich af te vragen, van wien ze wel of niet hield. Hij was aldoor verdiept in zijn eigen treurige gedachten, en vergat meestal, dat ze bestond. Hij was er ook niet verbaasd over, dat ze altijd zoo stil en rustig was, en nooit heftig tegen hem werd, hoewel hij nooit tegen haar was, zooals hij wezen moest.

Ik wil u zeggen, dominee, dat die kalmte, die ze altijd over zich had, eindelijk maakte, dat de man dacht, dat ze niet eens wist wat hij te dragen had. Maar toen gebeurde het eens in den herfst toen ze zoowat een half jaar getrouwd waren, dat het 's avonds koud en buiig werd. De man was al van den vroegen morgen uit geweest en kwam Iaat thuis.

In de groote kamer, waar 't volk sliep, was het donker, maar in de kleine kamer brandde een groot vuur in den haard. Zijn vrouw was op en had eten klaar, dat wat beter was dan gewoonlijk. Toen de man binnenkwam zei ze: „Trek je jas uit! die is heelemaal nat."

Ze hielp hem de jas uittrekken en hield die bij 't vuur.

„Goede hemel, wat is die nat," zei ze. „Ik weet niet hoe ik hem droog krijg tegen den morgen."

300

Sluiten