Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwoer, dat als ik niet toegaf, hij de hoeve aan de zagerij zou verkoopen.

Juist in dien tijd had ik het thuis ook zoo plezierig niet. Vader was juist voor den derden keer getrouwd en 't beviel me niet onder een stiefmoeder te staan, nu ik een poos eigen baas geweest was. En omdat ik zelf niet precies wist of ik ja, of neen zeggen zou, ging alles zooals Vader wilde. Ik nam 't niet ernstig genoeg op, zie je."

„Neen," zei de man, „ik zie wel, dat je 't als een spelletje beschouwde."

„Ik wist niet wat ik gedaan had, vóór ik hoorde, dat Gertrud van haar ouders weggeslopen en naar Jeruzalem gegaan was. Maar sinds dien tijd heb ik geen rust gehad. Ik had haar waarlijk niet zoo ongelukkig willen maken. En nu zie ik, hoe jij er onder lijdt," ging de vrouw voort, „en ik moet er aldoor aan denken, dat het alles mijn schuld is."

„Ach neen," zei de man, „ik draag de gevolgen van mijn eigen schuld. Ik heb niet erger dan ik verdiend heb."

„Ik weet niet hoe ik de gedachte verdragen moet, dat ik zooveel ellende heb veroorzaakt," zei de vrouw. „Eiken avond verwacht ik, dat je weg zult blijven. Hij blijft nog daar bij de rivier, denk ik dan. En dan is 't als hoor ik menschen buiten en denk, dat ze je naar huis komen dragen. En dan denk ik, hoe ik het daarna hebben zal. Of ik ooit in mijn leven zal kunnen vergeten, dat ik je den dood heb aangedaan."

Terwijl ze zoo sprak en lucht gaf aan haar bekommeringen, zat de man daar met wonderlijke gedachten. „Nu wil zij ook getroost en geholpen worden," dacht hij. Hij vond 't eigenlijk maar lastig, dat ze ongerust over hem was. Hij vond het prettiger, toen ze zoo kalm was, zoodat hij er niet aan hoefde te denken, dat zij bestond. „Ik kan haar zorgen er niet bij dragen," dacht hij.

Maar hij begreep, dat hij iets zeggen moest. „Wees maar niet ongerust over mij," zei hij. „Ik zal geen nieuwe misdaad voegen bij wat ik al gedaan heb." En alleen om die woorden kwam er een glans op haar gezicht.

Toen Ingmar dit alles geschreven had, bleef hij zitten met de pen in de hand, en zag voor zich uit. „Dat wordt een vreeselijk lange brief," dacht hij. „Ik zal wel den heelen nacht zitten schrijven."

Maar eigenlijk voelde hij, dat hij blij was alles nog eens weer te doorleven, wat hij met Barbro had doorgemaakt. Hij kon niet laten te hopen, dat de predikant haar den brief zou laten lezen, en dat zij bewogen zou worden, als ze zag hoe goed hij alles nog wist.

„Maar hoewel de man meende, dat hij niets om zijn vrouw gaf," schreef Ingmar verder, „bleef hij toch thuis een paar avonden,

303

Sluiten