Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegen de lente werd hun een kind geboren.

Zij had zich den heelen tijd dapper gehouden en geen onrust getoond. De man dacht dikwijls, dat ze heelemaal vergeten had wat Stig verteld had. Wat hem zelf betrof, na dat gesprek durfde hij niet, zooals vroeger, in zijn verdriet opgaan. Hij dacht er altijd aan, dat hij zijn vrouw toonen moest, dat hij niet aan den vloek geloofde, die op haar rusten zou. Hij probeerde thuis opgeruimd te zijn, en er niet uit te zien, alsof hij Gods straf verwachtte. Hij begon zich bezig te houden met zijn hoeve, en was behulpzaam, zooals zijn vader geweest was.

„Ik mag er nu niet ongelukkig meer uitzien," dacht de man. „Dan verbeeldt Barbo zich, dat ik aan dien vloek geloof en er over treur."

De vrouw was ongelooflijk blij met het kind. 't Was een jongen, hij was mooi en welgeschapen, had een hoog voorhoofd en groote heldere oogen. Ze riep telkens haar man, dat hij naar den jongen zou komen zien.

„Hij is best in orde, zie je wel; hem scheelt niets," zei de vrouw. De man stond er heel verlegen bij, hield de handen op den rug en durfde het kind niet aan te raken.

„Ja, hij is best in orde," herhaalde hij.

„Je zult zien, dat hij zien kan," zei de vrouw.

Ze stak een licht aan en bewoog dit heen en weer voor de oogen van het kind. „Zie je, dat hij naar 't licht kijkt?" zei ze.

„Ja," zei de man.

't Was een paar dagen later. De vrouw was op. Haar vader en stiefmoeder waren gekomen om 't kind te zien. De stiefmoeder nam den jongen uit de wieg, en woog hem op de armen.

„Wat een groot kind," zei ze en zag er tevreden uit. Maar toen bekeek ze 't kind.

„Heeft hij niet een te groot hoofd?" vroeg ze.

„De kinderen in onze familie hebben groote hoofden," zei de man.

„Is je kind gezond?" vroeg de stiefmoeder na een poosje en lei 't weer in de wieg.

„Ja," zei de vrouw, ,,'t groeit bij den dag."

,3en je daar wel zoo zeker van?" zei de stiefmoeder. „Hij draait zoo met de oogen."

De vrouw begon te beven, waar ze zat. Haar lippen trilden.

„Als u 't met een licht probeeren wil," zei de man, „zult u zien dat hij goede oogen heeft."

De vrouw stak haastig een licht op en hield het voor de oogen van het kind. „Ja, zeker kan hij zien," zei ze en deed haar best er hoopvol en gelukkig uit te zien.

't Kind lag stil in de wieg en draaide met de oogen.

308

Sluiten