Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zie eens hoe hij 't licht naziet," zei de vrouw. Niemand sprak.

„Ziet u niet, dat hij zijn oogen beweegt?" zei ze tegen haar stiefmoeder. Die antwoordde geen woord.

„Hij is nu slaperig," zei Barbro. „Zijn oogen vallen toe." —

„Hoe zal hij heeten?" vroeg de stiefmoeder.

„Wij zijn hier in huis gewend den oudsten jongen Ingmar te noemen," zei de man.

De vrouw viel in: „Ik had je willen vragen of ik hem niet Sven mocht noemen, naar mijn vader."

„Nu werd het onheilspellend stil een oogenblik. De man merkte, dat zijn vrouw hem scherp aanzag, hoewel hij deed, alsof hij naar den grond keek.

„Neen," zei de man, „wel is je vader Sven Persson een flinke man, maar mijn oudste jongen moet Ingmar heeten."

Ja — en toen, in den nacht, dat 't kind acht dagen oud was, kreeg het een paar hevige aanvallen van kramp — en tegen den morgen stierf het."

Hier hield Ingmar weer op met schrijven. Hij zag op zijn horloge, 't Was ver over middernacht.

„Groote God," zei hij. „Ik kan dit haast niet schrijven."

Ik weet niet, of dominee begrijpen kan, hoe vreeselijk dit was. En 't allerergste was, dat we nooit met zekerheid te weten kwamen, hoe 't kind geweest was. We weten tot nu toe niet of 't gezond was of een gebrek had."

„Ik moet korter vertellen," dacht hij weer; „anders kom ik nooit klaar voor morgen."

„En nu moet ik dominee zeggen," schreef Ingmar, „dat de man in den laatsten tijd altijd goed voor Barbro geweest was en zelfs nu en dan zooals jonggetrouwden gewoonlijk zijn. Maar hij meende, dat al zijn liefde aan Gertrud behoorde, en hij zei tegen zichzelf: „Ik geef niet om Barbro, maar ik mag toch wel goed voor haar zijn, omdat ze zoo'n zwaar lot te dragen heeft. Zij mag toch wel voelen, dat ze niet alleen ih de wereld staat, maar dat ze een man heeft, die haar beschermen wil."

Barbro schreide niet veel om het kind, nu 't dood was. Ze scheen eer blij te zijn, dat 't weg was. Toen een paar weken voorbij waren, kwam ze weer tot rust.

Niemand kon aan haar zien of ze zich ongelukkig voelde, of dat ze de droevige gedachten van zich af had gezet.

Tegen den zomer ging Barbro met het vee naar de bergweide en de man bleef alleen thuis.

Maar nu kwam er iets wonderlijks over hem. Als hij in de kamer kwam, was 't alsof hij naar Barbro zocht. Nu en dan, als hij

309

Sluiten