Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winnen. Hij is zeker hier gekomen, omdat hij voelt, dat hij me een groot onrecht heeft gedaan, maar als hij ziet, dat ik niet meer van hem houd, zal hij zijn verstand wel gebruiken en naar huis gaan."

Maar nu, toen Gertrud Ingmar buiten de kolonie ontmoette, dacht ze aan niets anders dan dat ze eindelijk een mensch vond, aan wien ze haar groote wonderbaarlijke ontdekking vertellen kon. Ze liep snel naar hem toe, en riep uit: „Ik heb Christus gezien."

Zulk een verrukte uitroep had zeker niet over de kale velden en heuvels buiten Jeruzalem geklonken, sinds de dagen, dat de vrome vrouwen weerkeerden van het ledige graf, en den apostelen toeriepen: „De Heer is opgestaan."

Ingmar bleef staan en sloeg de oogen neer, zooals hij altijd deed, als hij zijn gedachten verbergen wilde.

„Zoo," zei hij tegen Gertrud, „heb je Christus gezien?"

Gertrud werd ongeduldig, precies als vroeger, als Ingmar niet vlug genoèg zich in haar droomerijen verplaatsen kon. Ze dacht: „Was ik Bo maar tegengekomen, hij zou mij wel beter begrepen hebben."

Toch begon ze te vertellen, wat ze gezien had.

Ingmar sprak geen woord, dat verraadde, dat hij haar niet geloofde; maar toch vond Gertrud, dat haar visioen, toen zij alles vertellen zou, versmolt tot niets. Zij was een man op straat tegengekomen, die op Christus leek, dat was alles. Die heele zaak werd als een droom, 't Scheen haar zoo merkwaardig toen ze 't beleefde, en nu ze 't vertellen wou, was 't niets.

In ieder geval scheen Ingmar blij te zijn, dat ze hem aangesproken had. Hij gaf zich veel moeite om van Gertrud te weten te komen waar en wanneer ze dien man ontmoet had. En hij nam nauwkeurig nota van kleeding en uiterlijk.

Maar toen ze in de kolonie gekomen waren, haastte Gertrud zich van Ingmar weg. Zij voelde zich zeer terneergeslagen en heel moe. „Ik kan me begrijpen, dat 't niet de bedoeling is, dat ik dat aan andere menschen vertel," dacht ze „Ach, wat gelukkig was ik, toen ik 't alleen maar wist."

Ze besloot er met niemand verder over te praten en ze zou ook Ingmar vragen te zwijgen, ,,'t Is immers waar, 't is immers waar," herhaalde ze in zich zelf, „dat ik Hem ontmoet heb, dien ik op den boschweg zag. Maar 't is zeker te veel gevergd, dat iemand me gelooven zal.

Een paar dagen later werd Gertrud heel verbaasd. Ingmar kwam naar haar toe, onmiddellijk na den avondmaaltijd en vertelde haar, dat ook hij dien man in zwarte kleeren gezien had.

„Van 't oogenblik af, dat je me van hem vertelde," zei Ingmar,

315

Sluiten