Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mar vond dit het grootste geluk, waar hij nu op durfde hopen.

„Ik weet wel, dat ik Barbro nooit terug kan krijgen," dacht hij, „maar ik zou al blij zijn, als ik maar nooit met een ander hoefde te trouwen, en mijn leven lang alleen blijven mocht."

Maar hij schoof die gedachten altijd van zich af. Hij veroordeelde zich zeiven heel streng.

Je hoeft nu nergens aan te denken, en je niets te verbeelden," zei hij tegen zich zelf. „Je hebt nu niet anders te doen, dan uit te vinden, hoe je Gertrud weer naar huis brengt."

Terwijl Ingmar daar in die gedachten verdiept stond, zag hij dat een van de Gordon-kolonisten met den consul uit het Amerikaansche consulaat kwam, dat dicht bij de Jaffapoort lag. Dat vond Ingmar vreemd. Hij was nu zoowat op de hoogte van de dingen, die de kolonie betroffen, en hij wist, dat de consul voortdurend probeerde de kolonisten zooveel mogelijk te schaden. Er was een groote vijandschap tusschen hem en allen op de kolonie.

De man, die den consul bezocht had, was een Amerikaan en heette Clifford. Toen ze buiten kwamen, nam de consul afscheid van hem.

„Dus je probeert het morgen?" zei de consul.

„Ja," antwoordde de man. „Ik moet het in orde zien te krijgen voor Mrs. Gordon terugkomt."

„Houd maar goeden moed," zei de consul. „Hoe 't ook gaat, ik zal wel zorgen, dat je er goed afkomt."

Op dat oogenblik kreeg de consul Ingmar in 't oog.

„Is dat niet één van hen?" vroeg hij zacht.

Clifford keek verschrikt om, maar werd weer gerust, toen hij Ingmar herkende.

„Ja, die daar! — hij loopt den heelen dag te suffen," zei hij, en sprak niet eens zachter dan in 't begin. „Hij is pas gekomen, ik geloof niet, dat hij Engelsch verstaat."

Hierdoor scheen de consul ook weer gerustgesteld, en toen hij van Clifford heenging, zei hij: „Dus morgen raken we eindelijk dien heelen troep kwijt."

„Ja," zei Clifford, maar hij zag er nu niet meer zoo rustig uit. Hij bleef den consul een poos na staan kijken, en Ingmar meende te zien, dat hij beefde en doodsbleek was. Eindelijk ging hu' heen. Ingmar bleef onbeweeglijk staan, maar hu' was toch heel ongerust geworden over wat hij gehoord had.

„Ja, hij heeft wel gelijk, dat ik Engelsch niet zoo best versta," zei Ingmar; „maar zooveel begrijp ik toch wel, dat hij een of ander spektakel in de kolonie maken zal, juist nu Mrs. Gordon in Jaffa is. Ik ben benieuwd wat hij in den zin heeft. De consul zag er zoo tevreden uit, alsof hij de heele kolonie al ten val gebracht had."

324

Sluiten