Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de rijdende bij Ingmar gekomen was, hield hij stil met een ruk.

„Je kunt meerijden, als je wilt," zei hij. Maar hoe graag Ingmar ook vooruit wou, hij had toch geen lust dit aanbod aan te nemen. Want niet alleen begreep hij wel, dat dit alles gedoe en spokerij was, maar die man had een ongunstig gezicht vol li tteekenen, alsof hij dikwijls gevochten had. Boven zijn eene oog had hij ook een versche meswond.

„Ik rijd zeker harder, dan je gewend bent," zei de man. „Maar ik dacht, dat je haast hadt."

„Is je paard vertrouwd?" vroeg Ingmar.

„Hij is blind, maar hij is wel vertrouwd."

Ingmar begon te beven van 't hoofd tot de voeten.

De man boog zich over de rand van de wagen en zag hem in 't gezicht.

„Ga jij maar gerust mee," zei hij. „Je begrijpt wel, wie me gezonden heeft."

Toen hij dat zei, kwam het Ingmar voor, dat hij al zijn moed terugkreeg. Hij klom in den wagen en met onzinnige vaart reden ze naar de vlakte van Saron.

Mrs. Gordon was naar Jaffa gereisd, om een van haar goede vrienden op te passen, die ziek geworden was. 't Was de vrouw van een zendeling, die de kolonisten altijd genegen geweest was, en ze dikwijls geholpen had.

Nu was 't in den nacht, dat Ingmar Ingmarsen op weg naar Jaffa was. Mrs. Gordon had tot middernacht bij de zieke gewaakt; maar toen werd ze afgelost. Toen ze uit de ziekenkamer kwam, zag zij, dat de nacht licht en helder was, met zulk een mooien, zilverwitten maneschijn, zooals men alleen aan de zeekust ziet. Ze ging naar buiten op een balkon, en stond daar uit te zien over de groote oranjerieën, over de oude stad, die hoog tegen de steile rots op ligt, en over de grenzenlooze, fonkelende zee.

Mrs. Gordon was niet in Jaffa zelf, maar in de Duitsche kolonie, die op een heuveltje buiten de stad ligt. Vlak onder haar balkon liep de breede straatweg, die recht door de kolonie gaat. Zij kon dien in 't witte licht met de oogen volgen, tot ver tusschen de huizen en tuinen.

Mrs. Gordon zag nu een man langs dien weg aankomen, zacht en aarzelend, 't Was een groote man, en de maneschijn maakte, dat hij er nog langer uitzag dan hij werkelijk was, zoodat ze vond, dat hij wel een reus leek. Telkens, als hij voorbij een huis ging, stond hij stil, en bekeek het zeer aandachtig. Mrs. Gordon

330

Sluiten