Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond iets griezeligs en spookachtigs aan dien man, alsof hij een geest was, die naar een huis liep te zoeken, waar hij binnen zou gaan, om de arme inwoners doodelijk verschrikt te maken.

Eindelijk kwam de man bij 't huis, waar Mrs. Gordon stond.

Hij bekeek dit langer dan de andere, en hij liep er om heen. Ze hoorde hoe hij aan de luiken klopte, en aan 't slot van de deur rammelde. Mrs. Gordon boog zich ver over het balkon, om te zien, hoe dat zou afloopen, en daardoor kreeg de man haar in 't oog.

„Mrs Gordon," zei hij zacht en voorzichtig: „kan ik u een oogenblik spreken?"

Terwijl hij dat zei, boog hij het hoofd achterover, om naar haar op te zien, en toen herkende zij Ingmar Ingmarsen. „Mrs. Gordon," zei Ingmar, „ik wil u allereerst zeggen, dat ik uit eigen beweging naar u toekom, en dat geen van de broeders er iets van weet."

„,Is er iets gebeurd?" vroeg Mrs. Gordon.

„Neen, er is niets gebeurd," zei Ingmar. „Maar 't zou toch goed rijn als u dadelijk naar huis kwam."

„Ik kom morgen dadelijk," zei Mrs. Gordon.

Ingmar stond zich even te bedenken; toen zei hij op zijn zachtmoedigsten toon: ,,'t Was 't beste, als u vannacht nog kwam."

Mrs. Gordon werd wat ongeduldig. Ze dacht er aan, hoe lastig 't was alle menschen in huis wakker te maken, en natuurlijk vond ze ook, dat ze dien boer niet hoefde te gehoorzamen.

„Als ik maar wist, wat er te doen was," dacht ze, en begon te vragen, waarom hij kwam, of al 't geld misschien op was, maar in plaats van te antwoorden, ging Ingmar heen.

„Ga je nu heen?" vroeg Mrs. Gordon.

„U hebt nu bericht gehad, nu kunt u doen zooals uzelf wilt," zei Ingmar zonder om te zien.

Mrs. Gordon begon te begrijpen, dat er iets ernstigs te doen was, en nam onmiddellijk een besluit.

„Als je een oogenblik wacht, kun je met me meerijden," riep ze Ingmar na. | j ! H$a

„Neen, dank u," antwoordde Ingmar. „Ik heb beter voertuig dan u mij aanbieden kunt."

Mrs. Gordon kreeg uitstekende paarden van haar gastheer. In vliegende vaart reed zij over de effen vlakte van Saron, en toen de heuvelrij door naar den berg van Juda.

Juist toen het begon licht te worden, kwam rij de lange heuvels op, die boven 't oude Roofnest Abu Gosch liggen. Zij was toen heel ontevreden, dat ze zich had laten verleiden om naar huis te te gaan. Die boer daar, die van de toestanden niets afwist, was toch niet iemand om naar te luisteren. Telkens dacht rij er over, of zij werkelijk den tocht moest voortzeten, of omkeeren en naar

331

Sluiten