Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berucht' in de geheele stad, omdat er nooit patiënten waren. Ingmar was er dikwijls voorbij geloopen, had door 't venster gekeken, en er altijd de bedden leeg zien staan. Dat had ook een heel natuurlijke reden, en 't kon moeilijk anders zijn. 't Ziekenhuis was daar neergezet door een Engelsch Zendingsgenootschap, dat zieke Joden wilde opnemen om gelegenheid te hebben ze te bekeeren.

Maar de Joden, die bang waren, dat ze daar gedwongen zouden worden verboden voedsel te gebruiken, lieten zich daar niet opnemen.

Nu een paar dagen geleden hadden ze toch een patiënt in dat ziekenhuis gekregen, 't Was een arme, oude Jodin geweest, die op de straat, juist daar voor de deur gevallen was, en haar been gebroken had. Zij was naar binnen gedragen en in 't ziekenhuis verpleegd, maar na twee dagen was ze gestorven.

Eer ze stierf, had ze de Engelsche ziekenverpleegsters en doctoren heilig laten beloven, dat ze haar zouden laten begraven op de Joodsche begraafplaats, in 't dal van Josafat. Zij zei hun, dat ze op haar hoogen leeftijd naar Jeruzalem gekomen was, alleen om dat voorrecht te genieten. Als ze haar dat niet konden beloven, was 't beter geweest, als ze haar maar op straat hadden laten sterven.

Toen ze dood was, zonden dus de Engelschen bericht aan de bestuurders der Joodsche vereeniging, en verzochten hun menschen te zenden om de doode te halen en te begraven.

Maar toen hadden de Joden geantwoord, dat de oude vrouw, die in het Christelijk ziekenhuis gestorven was, niet op het Joodsche kerkhof begraven mocht worden.

De zendelingen hadden met alle macht de Joden willen bewegen toe te geven. Zij hadden zich zelfs tot den opperrabijn gewend, maar alles was vergeefsch geweest. Er schoot niet anders over, dan dat zij zelf de doode begroeven. Maar zij wilden niet, dat zij nu niet zou krijgen, waar zij zich heel haar armoedig leven op verheugd had. Zij stoorden zich dus niet aan 't verbod der Joden, maar lieten een graf openen op het kerkhof in 't dal van Josafat, en begroeven de doode daar.

De Joden deden niets om het te verhinderen, maar in den nacht daarop kwamen ze, openden 't graf en groeven de kist op.

De Engelschen waren er zeer op gesteld hun woord aan de oude vrouw te houden. Zoodra ze hoorden, dat ze uit 't graf gezet was, begroeven ze haar weer op dezelfde plaats.

Toen werd ze den nacht daarna weer opgegraven.

Ingmar Ingmarsen bleef plotseling staan luisteren.

„Wie weet," dacht hij, „misschien zijn de gravenschenders vannacht weer bezig."

342

Sluiten