Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst hoorde hij niets, maar opeens klonk er iets alsof een ijzeren werktuig tegen steen sloeg.

Hij deed snel een paar stappen naar den kant, vanwaar 't geluid kwam, stond weer stil en luisterde. Nu hoorde hij duidelijk, hoe men met ijzeren spaden in den grond groef, en grint en steenen opwierp.

Hij ging voort, en hoorde opnieuw het ijverige graven, ,,'t Zijn minstens vijf, zes spaden, die aan 't werk zijn," dacht hij. „God bewaar me, hoe kunnen de menschen een doode op 't kerkhof zóó vervolgen!"

Terwijl Ingmar daar liep, en naar het graven luisterde, begon er een geweldige woede in hem op te komen, die met de seconde toenam.

,,'t Gaat je immers niet aan," zei hij tegen zichzelf, om kalmer te worden. „Je hebt er niet mee te maken."

Maar 't bloed steeg hem naar 't hoofd. Hij voelde, dat 't hem stokte in de keel, zoodat hij nauwelijks adem kon halen, ,,'t Is zoo akelig, zoo vreeselijk om te hooren," dacht hij. „Nooit heb ik iets ergers beleefd."

Eindelijk bleef hij staan. Hij hief de gebalde vuist op, en schudde die. „Neen, wacht maar, jelui boeven. Nu kom ik," zei hij. „Nu heb ik hier lang genoeg naar jelui loopen luisteren. Niemand kan van mij verlangen, dat ik kalm voorbij zal loopen, terwijl jelui bezig zijn een doode op te graven."

Hij snelde voort met vlugge onhoorbare stappen. Opeens was hij verlicht en bijna blij.

,,'t Is misschien krankzinnigenwerk," dacht hij, „maar ik zou wel eens willen weten, wat Vader gezegd zou hebben, als iemand, die hem op den laatsten dag van zijn leven in 't water had zien loopen, om die kindertjes te redden, hem toegeroepen had voorzichtig te zijn en aan land te blijven. En nu moet ik mijn zin maar doen, zooals Vader toen. Want hier stroomt me een rivier van boosheid voorbij, met zwart, woest water, en die rukt dooden en levenden mee, maar nu kan ik niet langer stil aan 't strand blijven staan. Nu is 't mijn beurt er door te waden, en met dien stroom hier te worstelen."

Eindelijk stond hij op den rand van 't graf, waar een groepje mannen ijverig werkte. Ze hadden geen kaars of lantaarn. Ze groeven zoo goed ze konden in 't donker. Ingmar kon niet zien hoeveel er waren, en 't kon hem ook niet schelen. Hij stoof opeens midden tusschen hen in. Eén rukte hij de spa uit de hand, en begon er mee naar alle kanten uit te slaan. Hij was zóó onverwacht gekomen, dat de mannen heelemaal verward werden door den schrik. Zij vlogen weg, zonder weerstand te bieden. In een oogenblik was Ingmar alleen.

343

Sluiten