Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn eerste werk was de uitgegraven aarde weer in 't graf te brengen, en toen bedacht hij wat hem verder te doen stond, 't Kwam hem niet raadzaam voor van de plaats weg te gaan vóór den dageraad, want zoodra hij wegging, zouden de grafschenders wel terugkomen.

Hij bleef dus op 't graf staan wachten. Gespannen luisterde hij naar ieder geluid, maar alles was in 't begin stil. Ik geloof toch niet, dat ze zóóver zijn weggeloopen voor één man, dacht hij. Toen begon een zacht geritsel tusschen de steentjes op de omliggende graven.

Hij meende te zien, dat donkere gestalten slingerden en kropen over de groote steenen om hem heen.

„Nu wordt het ernst," dacht Ingmar en hief al de spa op om zich te verdedigen. Plotseling kletterden een hoop groote en kleine steenen op hem neer, zoodat hij bijna bedwelmd werd, en op 't zelfde oogenblik wierp zich een troep mannen op hem, en probeerden hem omver te trekken.

't Werd een geweldige worsteling. Ingmar was sterk als een reus, en wierp den een na den ander op den grond. Maar zijn tegenstanders vochten dapper, en wilden niet wijken. Eindelijk rolde er een vlak voor Ingmars voeten neer. Ingmar wilde juist een stap vooruit doen en struikelde over den gevallene. Hij viel zwaar op den grond, en op 't zelfde oogenblik voelde hij een vreeselijke pijn in 't eene oog. Hij werd geheel verlamd. Hij voelde, dat de anderen zich op hem wierpen, en hem bonden, maar hij kon geen weerstand bieden. De pijn was zoo bitter en scherp dat die al zijn kracht nam, en in 't eerste oogenblik meende hij, dat hij sterven zou.

Intusschen was Bo voortgeloopen, en had aldoor aan Ingmar gedacht. In 't begin haastte hij zich, want hij wilde graag vóór den ander op den berg komen, maar na een poosje liep hij langzamer. Hij lachte weemoedig om zichzelf. „Dat weet ik toch wel, al loop ik nog zoo hard, ik kom toch zoo gauw niet voort als Ingmar. Ik heb nooit iemand gezien, die zooveel voorspoed heeft in alles, en zoo'n slag heeft om zijn wil door te zetten. Ik heb niet anders te verwachten, dan dat hij Gertrud meeneemt naar Dalecarlië. Ik heb immers al gezien, dat alles hier in de kolonie gaat, zooals hij 't wil, nu al een half jaar lang." Maar toen Bo op 't afgesproken punt op den Olijfberg kwam, vond hij Ingmar daar niet, zooals hij verwachtte, en dat stemde hem opgewekt. Hij begon te werken, en ging daar een poos mee door.

„Hij zal wel gemerkt hebben, dat hij nu eens den verkeerden weg gekozen heeft," dacht hij.

't Begon licht te worden, en toen Ingmar zich nog niet vertoonde, werd Bo ongerust, dat er hem iets overkomen was. Hij

344

Sluiten