Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DEN OLIJFBERG.

Ingmar werd behandeld door een dokter van 't groote Engelsche oogenhospitaal. Die kwam eiken dag op de kolonie om het verband aan te leggen. Ingmars oog genas vlug en goed, en hij voelde zich weldra zóó wel, dat hij kon opzitten en zich in zijn kamer als gewoonlijk bewegen. Maar op een morgen ontdekte de dokter, dat 't onbeschadigde oog er rood en gezwollen uitzag. Hij werd bezorgd, en gaf dadelijk voorschriften, hoe dat ook behandeld moest worden. Toen wendde hij zich tot Ingmar en zei hem ronduit, dat hij 't best zou doen Palestina zoo gauw mogelijk te verlaten.

„Ik ben bang, dat u door de gevaarlijke oostersche oogziekte besmet is," zei hij. „Ik zal doen wat ik kan, maar uw eene oog is nog niet sterk genoeg om de smetstof te weerstaan, die hier overal in de lucht zit. Als u hier blijft, zult u over een paar weken stellig blind zijn."

Er kwam groote droefheid in de kolonie door deze wending in Ingmars ziekte, niet alleen bij zijn familie, maar ook bij de andere kolonisten. Zij zeiden allen, dat Ingmar hun de grootste weldaad bewezen had, door hen er toe te bewegen hun brood in 't zweet huns aanschijns te verdienen, zooals andere menschen, en dat zoo'n man de kolonie eigenlijk niet verlaten moest. Maar allen vonden toch, dat Ingmar niet blijven kon, en Mrs. Gordon zei dadelijk, dat een van de broeders zich gereed moest maken, met hem mee te gaan, want dat hij nu niet alleen reizen kon.

Ingmar luisterde lang zwijgend naar al dat gepraat. Eindelijk zei hij: ,,'t Is nog zoo zeker niet, dat ik blind word als ik blijf."

Mrs. Gordon vroeg wat hij hiermee bedoelde.

„Ik ben nog niet klaar met de zaak, waarvoor ik kwam," zei hij langzaam.

„Meen je, dat je niet naar huis wilt gaan?" vroeg Mrs. Gordon.

346

Sluiten