Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„WIJ ZIEN ELKAAR WEER."

Er was een wonderlijke drukte in de kolonie. De boeren uit Dalecarlië hadden zooveel te doen op hun kamers, dat ze geen tijd hadden voor hun werk op 't veld en in de wijngaarden, en de Zweedsche kinderen hadden vrij van school gekregen om mee te werken.

Er was nu bepaald, dat Ingmar en Gertrud over twee dagen zouden vertrekken, en daarom moest nu in groote haast alles gereedgemaakt worden, wat men graag mee wilde geven voor verwanten en vrienden thuis.

Nu was er gelegenheid een souveniertje te zenden aan oude schoolkameraden en aan oude vrienden, die levenslang trouw gebleven waren. Nu kon men toonen, dat men steeds vriendelijke gedachten voor dezen en genen had, waar men in den eersten moeilijken tijd thuis van verwijderd was, en met wie men niet wilde omgaan, en voor oude verstandige menschen, wier raad men kwalijk genomen had bij de afreis. Nu kon men ouders en vrienden, den predikant en den schoolmeester, die allen hadden opgevoed, een klein genoegen doen.

Ljung Björn en Kolas Gunnar zaten den heelen dag met de pen in hun stijve vingers, en schreven brieven aan vrienden en verwanten, terwijl Gabriël kleine kopjes van olijfhout stond te draaien, en Karin Ingmarsdochter in vele ongelijke pakjes allerlei groote photographieën insloot van Getsemané, en de grafkerk, en 't mooie huis, waar ze woonden, en van het prachtige vereenigingslokaal.

De kinderen weerden zich en maakten teekeningen op dunne schijfjes olijfhout, zooals ze in de Amerikaansche scholen geleerd hadden, en plakten photographielijstjes, die ze versierden met

350

Sluiten