Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ingmar zat met een verband over beide oogen. Hij wendde het hoofd naar den kant, waar Bo stond, alsof hij hem wilde zien. „Je zult het nu wel druk hebben," zei Bo.

„Ja, ik heb veel in orde te maken." Bo deed een stap naar de deur.

„Ik zou je wel wat willen vragen."

Bo kwam terug in de kamer en Ingmar ging voort. „Zou jij er veel tegen hebben, om mee te gaan voor een paar maanden? Ik denk, dat je moeder blij zou zijn, als ze je zag."

„Ik begrijp niet, hoe je daar op komt," zei Bo.

„Als je lust hebt om mee te gaan, zou ik de reis betalen," ging Ingmar voort.

„Zoo?" zei Bo.

„Ja," zei Ingmar weer, en werd steeds warmer. „Je moeder is immers mijn eenige tante. Ik zou haar zoo graag 't genoegen geven je nog eens te zien, voor ze stierf."

„Je wil zeker de heele kolonie meenemen," zei Bo wat verachtelijk.

Ingmar zweeg opeens, 't Was zijn laatste hoop geweest Bo te bewegen om mee te gaan. „Ik denk, dat Gertrud eerder van hem dan van mij zou gaan houden, als hij maar meeging" dacht hij. „Hij is haar altijd trouw geweest, en dan zal het er ook wel wat toe doen, dat hij van haar houdt."

Een oogenblik later begon Ingmar toch weer te hopen, ,,'t Is misschien alleen mijn schuld. Ik vroeg 't hem zeker op een verkeerde manier."

„Nu ja," zei hij toen. „Ik moet je eerlijk bekennen, dat ik je dit 't meest om mezelf vraag."

Bo antwoordde niet. Ingmar wachtte even op antwoord, maar toen dat niet kwam, ging hij voort. „Ik kan niet begrijpen, hoe 't met Gertrud en mij zal gaan op die moeilijke reis. Als ik met verbonden oogen moet gaan, hoe zullen we dan in een van die kl eine roeibootjes komen, dat ons naar de boot moet brengen. En 't wordt ook niet makkelijk de valtrap op te klauteren en zoo meer. Ik ben al bang, dat ik misstap en in zee val. 't Zou goed zijn een man mee op reis te hebben!"

„Daar heb je wel gelijk in," zei Bo.

„En Gertrud kan ook geen plaats voor ons nemen."

„Ik geloof ook, dat je iemand mee moet nemen," zei Bo.

„Ja," zei Ingmar blij, „ik vind, dat je wel begrijpen kunt, dat het niet anders kan, dan dat er iemand meegaat."

„Je moest Gabriël meevragen. Zijn vader zou hem wel heel graag weerzien."

Ingmar zweeg weer. Hij zag er zeer terneergeslagen uit, toen hij opnieuw begon:

Jeruzalem. 23

353

Sluiten