Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik dacht, dat jij mee zoudt willen gaan."

„Neen, mij moet je dat niet vragen," zei Bo. „Ik ben zoo gelukkig hier in de kolonie. Maar je kunt immers van de anderen meekrijgen wien je wilt."

,,'t Is niet hetzelfde wie meegaat. Jij hebt veel meer gereisd dan een van de anderen."

„Ja, ik kan nu in geen geval," zei Bo.

In gmar werd al onrustiger. „Dat valt me erg tegen," zei hij. „Ik dacht, dat je 't meende, toen je zei, dat je mijn vriend wezen zou."

Bo viel hem haastig in de rede: „Ik dank je voor je aanbod, maar ik geloof niet, dat je mij van gédachten kunt doen veranderen, dus ga ik nu heen. Ik moet aan mijn werk."

Daarmee keerde hij zich haastig om, en ging heen, voordat. Ingmar mèer zeggen kon.

Toen Bo van Ingmar heenging, kon niemand merken, dat hij zooveel te doen had, als hu' zei. Hij liep langzaam de poort uit, en zette zich neer op den grond onder den grooten boom. 't Was al avond, en alle spoor van daglicht was weg, maar de sterren en een kleine, scherpe maansikkel schenen helder.

Bo had daar nog geen vijf minuten gezeten, toen de poort zacht openging, en Gertrud naar buiten kwam. Zij stond een oogenblik rond te zien. Toen ontdekte ze Bo.

„Ben jij daar, Bo?" zei ze en kwam naast hem zitten „Ik dacht wel, dat ik je hier zou vinden," zei Gertrud.

„Ja, wij hebben hier menig avond gezeten," zei Bo.

„Ja, maar nu is 't zeker voor 't laatst."

„Ja, dat zal wel."

Bo zat stijf en recht, zijn stem klonk hard en koud, zoodat men denken zou, dat hij over iets heel onverschilligs praatte.

„Ingmar vertelde me, dat hij je vragen zou met ons mee te gaan." „Ja, dat heeft hij mij gevraagd, maar ik heb neen gezegd." „Ik dacht wel, dat je niet zou willen."

Lang zaten ze zwijgend naast elkaar, alsof ze elkaar niets te zeggen hadden, maar Gertrud keerde zich telkens naar Bo en zag hem aan. ' \ .

Hij zat met het hoofd wat stijf achterover, en zag op naar den avondhemel.

Toen ze lang gezwegen hadden, zei Bo, zonder zijn oogen van de sterren af te wenden, of een beweging te maken: „Wordt het niet te koud voor je hier buiten?" „Wil je liever, dat ik heenga?"

Bo maakte een bevestigende beweging, maar hij dacht zeker niet, dat Gertrud dat in 't donkér kon zien; hij zei „Ik vind 't wel prettig, dat je hier zit."

354

Sluiten