Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zelfstandig te werken en iets zelf te hebben, en niet alleen op te gaan in een kolonie zooals hier."

„Ah zoo, denk je daaraan, terwijl je hier zoo stil zit," zei Gertrud koel, want ze voelde zich op een of andere manier gekwetst door die woorden van Bo. „Daar hoef je niet lang over te zuchten, je hebt dan immers maar met Ingmar mee te gaan."

„Maar er is ook nog wat anders," zei Bo. „Zie je, Ingmar heeft me ook gezegd, dat hij hout had klaar liggen om een huisje bij die zagerij te bouwen. Hij zei, dat hij een plaats er voor heeft uitgezocht op een heuvel bij den waterval, waar een paar groote berken staan. En nu zie ik dat huis den heelen avond voor me. Ik zie 't van buiten en van binnen. Ik zie 't dennegroen voor de deur, ik zie 't vuur in den haard. En als ik dan van de zagerij thuis kom, zie ik iemand, die me aan de deur staat op te wachten,"

,,'t Wordt wel koud, Bo," zei Gertrud, hem in de rede vallend. „Vind je niet, dat we nu maar binnen moeten gaan?"

„Ja, zoo, nu wil j ij naar binnen?" zei Bo.

Maar geen van beiden bewoog zich; zij bleven lang zwijgend bij elkaar zitten, en geen van beiden sprak veel.

Toen zei Gertrud tegen Bo: „Ik meende, dat je de kolonie meer dan alles liefhadt, en dat je voor niets ter wereld ervan zoudt heengaan."

„Ach ja," zei Bo, „er is wel iets, waarvoor ik dat offer brengen zou."

Gertrud zat weer na te denken, en vroeg toen: „Wil je me niet zeggen, waarvoor?"

Bo antwoordde niet dadelijk, maar bedacht zich lang, en zei toen met een half verstikte stem:

„Ja, dat kan ik je wel zeggen. Dat zou ik doen als de vrouw, die ik liefheb, kwam en me zei, dat ze van me hield."

Gertrud werd zoo stil, dat ze nauwelijks waagde adem te halen.

Maar hoewel er niets gezegd werd, was het alsof Bo Gertrud had hooren zeggen, dat ze van hem hield, of iets dergelijks, want Bo begon druk te praten: „Je zult zien, Gertrud, dat nu de liefde voor Ingmar weer bij je wakker wordt. Je bent een tijdlang boos op hem geweest, omdat hij je ontrouw werd, maar nu je hem vergeven hebt, ga je weer van hem houden als vroeger."

Hij hield op, om haar antwoord af te wachten, maar Gertrud bleef zwijgen, ,,'t Zou vreeselijk zijn, als je niet van hem hieldt," zei Bo. „Denk eens aan al, wat hij gedaan heeft om je terug te krijgen. Hij wil immers lievsr blind worden, dan zonder jou naar huis gaan."

„Ja, 't zou vreeselijk zijn, als ik niet van hem hield," zei Gertrud, met zwakke stem. Ze begreep, dat zij in 't diepst van haar

356

Sluiten